Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. shoe:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor shoe (Engels) in het Nederlands


shoe [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the shoe
    de schoen
    • schoen [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor shoe:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
schoen shoe
- brake shoe; horseshoe; skid

Verwante woorden van "shoe":

Synoniemen voor "shoe":

Verwante definities voor "shoe":

  1. a restraint provided when the brake linings are moved hydraulically against the brake drum to retard the wheel's rotation1
  2. U-shaped plate nailed to underside of horse's hoof1
  3. footwear shaped to fit the foot (below the ankle) with a flexible upper of leather or plastic and a sole and heel of heavier material1
  4. (card games) a case from which playing cards are dealt one at a time1
  5. furnish with shoes1
    • the children were well shoed1

Wiktionary: shoe

  1. protective covering for the foot
  2. something resembling a shoe (e.g. brake shoe)
  1. to put horseshoes on a horse
  2. -
  1. een paard van een hoefijzer voorzien
  2. van schoeisel voorzien

Cross Translation:
shoe schoen Schuh — äußere Fußbekleidung
shoe schoen chaussure — Ce que l’on met au pied pour se chausser.
shoe schoen soulierchaussure qui couvrir tout ou seulement une partie du pied.

Verwante vertalingen van shoe