Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. tinsel:


Uitgebreide vertaling voor tinsel (Engels) in het Nederlands


tinsel [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the tinsel (gilt; sham)
    het klatergoud; de glitter

Vertaal Matrix voor tinsel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
glitter gilt; sham; tinsel glittering; luster; lustre; sparkle; sparkling; splendor; splendour
klatergoud gilt; sham; tinsel

Verwante woorden van "tinsel":

  • tinsels

Synoniemen voor "tinsel":

Verwante definities voor "tinsel":

  1. a thread with glittering metal foil attached1
  2. a showy decoration that is basically valueless1
    • all the tinsel of self-promotion1
  3. interweave with tinsel1
    • tinseled velvet1
  4. adorn with tinsel1
    • snow flakes tinseled the trees1
  5. impart a cheap brightness to1
    • his tinseled image of Hollywood1