Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. interjection:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor interjection (Engels) in het Zweeds

interjection:

interjection [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the interjection
    utrop; interjektion

interjection

  1. interjection (remark)
  2. interjection

Vertaal Matrix voor interjection:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
interjektion interjection
utrop interjection
- ejaculation; interpellation; interpolation; interposition
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
inpass interjection; remark
utropsord interjection

Verwante woorden van "interjection":


Synoniemen voor "interjection":


Verwante definities voor "interjection":

  1. the action of interjecting or interposing an action or remark that interrupts1
  2. an abrupt emphatic exclamation expressing emotion1

Wiktionary: interjection


Cross Translation:
FromToVia
interjection interjektion tussenwerpsel — een uitroep, een woord, een frase of een zin die een expressie van emotie is
interjection inpass; inlägg Einwurf — (spontane) Zwischenbemerkung bei einer Diskussion
interjection interjektion EmpfindungswortLinguistik: deutsche Bezeichnung für Interjektion
interjection interjektion InterjektionLinguistik, speziell Grammatik: Wort aus der Wortklasse, zu der Gefühlsausdrücke wie oh, ah, äh und so weiter gehören