Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. on:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor on (Engels) in het Zweeds


on bijvoeglijk naamwoord

  1. on (upon; to; at; )
    • bijvoeglijk naamwoord


  1. on (along; forward)

Vertaal Matrix voor on:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- along
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
- on stage
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
fram along; forward; on
- on behalf of
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
at; in; on; onto; to; up; upon against; at; at the; close to; for

Synoniemen voor "on":

Antoniemen van "on":

Verwante definities voor "on":

  1. in operation or operational1
    • left the oven on1
    • the switch is in the on position1
  2. (of events) planned or scheduled1
    • the picnic is on, rain or shine1
    • we have nothing on for Friday night1
  3. with a forward motion1
    • the circus traveled on to the next city1
    • march on1
  4. indicates continuity or persistence or concentration1
    • his spirit lives on1
    • shall I read on?1
  5. in a state required for something to function or be effective1
    • turn the lights on1
    • get a load on1

Wiktionary: on

  1. touching; hanging from
  2. dealing with the subject of
    • onom
  3. at the date of
  4. positioned at the upper surface of
  1. continuing an action
  2. to an operating state
  1. in the state of being active, functioning or operating

Cross Translation:
on anTemporale Präposition; mit dem Dativ: bestimmt einen Zeitpunkt
on anropa anrufen — (transitiv) jemanden bitten, sich als Helfer, Vermittler oder dergleichen entscheidend in etwas einzuschalten/auf etwas Einfluss zu nehmen
on einumgangssprachlich, nur prädikativ: eingeschaltet, an (bei Schaltern)
on om; över; ; i; till enTraductions à trier suivant le sens

Verwante vertalingen van on