Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. sublime:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor sublime (Engels) in het Zweeds

sublime:

sublime bijvoeglijk naamwoord

  1. sublime (elevated; exalted; lofty)
    sublim; upphöjt
  2. sublime (excellent; first-rate; superb; )
    förstklassigt; exellent; perfekt

Vertaal Matrix voor sublime:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
perfekt eminence; excellence
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- sublimate
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- empyreal; empyrean; reverend
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
exellent choice; excellent; first-rate; great; perfect; sublime; superb; terrific; tiptop
förstklassigt choice; excellent; first-rate; great; perfect; sublime; superb; terrific; tiptop exemplary; first-class; first-rate; perfect; top-class; tops
perfekt choice; excellent; first-rate; great; perfect; sublime; superb; terrific; tiptop consummate; excellent; first-rate; flawless; ideal; perfect; superb; thorough; tiptop
sublim elevated; exalted; lofty; sublime
upphöjt elevated; exalted; lofty; sublime raised

Verwante woorden van "sublime":

  • sublimer, sublimest, sublimely

Synoniemen voor "sublime":


Verwante definities voor "sublime":

  1. lifted up or set high1
    • their hearts were jocund and sublime1
  2. inspiring awe1
    • the sublime beauty of the night1
  3. worthy of adoration or reverence1
  4. vaporize and then condense right back again1
  5. change or cause to change directly from a solid into a vapor without first melting1
    • sublime iodine1
    • some salts sublime when heated1

Wiktionary: sublime


Cross Translation:
FromToVia
sublime uppsluppen gehoben — in feierlicher, guter Stimmung
sublime storslagen; sublim sublim — erhaben, verfeinert, nur einem feineren Verständnis oder Empfinden zugänglich
sublime sublimera sublimieren — vom festen in den gasförmigen Aggregatzustand übergehen
sublime gudomlig divin — Qui est de Dieu, qui appartenir à Dieu, à un dieu.
sublime ädel noblepersonne faire partie d’une aristocratie dirigeante ou foncière, souvent dynastique. cf|féodalité|homme-lige