Spaans

Uitgebreide synoniemen voor euforia in het Spaans

euforia:

euforia [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la euforia
    la vivacidad; la hilaridad; el buen humor; la alegría; el júbilo; la euforia; la jovialidad; el genio festivo; la animación; el optimismo; el alborozo
  2. la euforia
    la alegría; el gozo; el buen humor; el gusto; el placer; la animación; la hilaridad; el genio festivo; el contento; el optimismo; la diversión; el júbilo; la euforia; el jolgorio; la vivacidad; la jovialidad
  3. la euforia
    el alborozo; el entusiasmo; la euforia; la efusión
  4. la euforia
    la ventura; el gusto; el placer; la felicidad; el bienestar; la fortuna; la euforia
    • ventura [la ~] zelfstandig naamwoord
    • gusto [el ~] zelfstandig naamwoord
    • placer [el ~] zelfstandig naamwoord
    • felicidad [la ~] zelfstandig naamwoord
    • bienestar [el ~] zelfstandig naamwoord
    • fortuna [la ~] zelfstandig naamwoord
    • euforia [la ~] zelfstandig naamwoord

Verwante woorden van "euforia":

  • euforias

Alternatieve synoniemen voor "euforia":