Spaans

Uitgebreide synoniemen voor velocidad in het Spaans

velocidad:

velocidad [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la velocidad
    la velocidad; la urgencia; el tiempo; la marcha; el ritmo; la rapidez; la prontitud; la velocidad de marcha; la prisa; la acción; la celeridad; el rebosamiento
  2. la velocidad
    la velocidad; la caja de cambios
  3. la velocidad
    la marcha; la velocidad; la prisa; la rapidez; la fluidez; el afán; el celo; el ritmo; la agilidad; el esmero; la soltura; la celeridad; la ligereza; la premura; la prontitud; el apresuramiento
    • marcha [la ~] zelfstandig naamwoord
    • velocidad [la ~] zelfstandig naamwoord
    • prisa [la ~] zelfstandig naamwoord
    • rapidez [la ~] zelfstandig naamwoord
    • fluidez [la ~] zelfstandig naamwoord
    • afán [el ~] zelfstandig naamwoord
    • celo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • ritmo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • agilidad [la ~] zelfstandig naamwoord
    • esmero [el ~] zelfstandig naamwoord
    • soltura [la ~] zelfstandig naamwoord
    • celeridad [la ~] zelfstandig naamwoord
    • ligereza [la ~] zelfstandig naamwoord
    • premura [la ~] zelfstandig naamwoord
    • prontitud [la ~] zelfstandig naamwoord
    • apresuramiento [el ~] zelfstandig naamwoord
  4. la velocidad
    el a todo correr; la velocidad
  5. la velocidad
    el tiempo; el ritmo; la embarcación; la prisa; la marcha; la velocidad; el pretexto; la rapidez; la navegación; el tempo; el incidente; la celeridad; la prontitud; la velocidad de marcha
  6. la velocidad
    la velocidad
  7. la velocidad
    la prisa; la velocidad; la agilidad; la rapidez; la celeridad; la ligereza; la prontitud; la vivacidad

Alternatieve synoniemen voor "velocidad":


Verwante synoniemen voor velocidad