Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. tras:
  2. Wiktionary:
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. tra:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor tras (Spaans) in het Nederlands

tras:

tras bijvoeglijk naamwoord

  1. tras (después de que)
    na; nadat; achter; later dan
    • na bijvoeglijk naamwoord
    • nadat bijvoeglijk naamwoord
    • achter bijvoeglijk naamwoord
    • later dan bijvoeglijk naamwoord
  2. tras (detrás; detrás de)
    achterna

Vertaal Matrix voor tras:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
na después de que; tras
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
achterna detrás; detrás de; tras
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
achter después de que; tras atrás; detrás; detrás de
later dan después de que; tras
nadat después de que; tras

Wiktionary: tras

tras
adverb
  1. iemand of iets volgend

Cross Translation:
FromToVia
tras achter after — behind
tras bij; op het moment van upon — at a prescribed point in time

Verwante vertalingen van tras



Nederlands

Uitgebreide vertaling voor tras (Nederlands) in het Spaans

tra:

tra [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de tra (bospad)
    el sendero en el bosque

Vertaal Matrix voor tra:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sendero en el bosque bospad; tra

Verwante woorden van "tra":

  • tras, traatje, traatjes