Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. duplo:
  2. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor dupla (Spaans) in het Nederlands

duplo:

duplo [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el duplo (doble)
    het tweevoud
    • tweevoud [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor duplo:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
tweevoud doble; duplo

Verwante woorden van "duplo":

  • duplos, dupla, duplas


Wiktionary: dupla


Cross Translation:
FromToVia
dupla koppel; paar; duo duo — twosome, especially musicians