Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. man:
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. man:
  2. Wiktionary:
  3. Gebruikers suggesties voor man:
    • varon


Spaans

Uitgebreide vertaling voor man (Spaans) in het Nederlands

maní:


Synoniemen voor "maní":


Wiktionary: maní


Cross Translation:
FromToVia
maní pinda; aardnoot; apennoot; arachidenoot; grondnoot; olienoot peanut — a legume resembling a nut


Wiktionary: man


Cross Translation:
FromToVia
man kerel; pik; vent Kerl — eine männliche Person (Dieser Begriff kann sowohl eine positive als auch eine negative Konnotation tragen je nach Eigenschaft der Männlichkeit, die angesprochen wird.)



Nederlands

Uitgebreide vertaling voor man (Nederlands) in het Spaans

man:

man [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de man (kerel; knakker; knul; )
    el caballero; el señor; el hombre; el chico; el compañero; el macho; el tío; el chaval; el amo; el joven; el hombrecillo; el tipo; el hombrecito; el fulano
    • caballero [el ~] zelfstandig naamwoord
    • señor [el ~] zelfstandig naamwoord
    • hombre [el ~] zelfstandig naamwoord
    • chico [el ~] zelfstandig naamwoord
    • compañero [el ~] zelfstandig naamwoord
    • macho [el ~] zelfstandig naamwoord
    • tío [el ~] zelfstandig naamwoord
    • chaval [el ~] zelfstandig naamwoord
    • amo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • joven [el ~] zelfstandig naamwoord
    • hombrecillo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • tipo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • hombrecito [el ~] zelfstandig naamwoord
    • fulano [el ~] zelfstandig naamwoord
  2. de man (manspersoon; vent; kerel)
    el hombre; el tío; el marido; el ser humano
    • hombre [el ~] zelfstandig naamwoord
    • tío [el ~] zelfstandig naamwoord
    • marido [el ~] zelfstandig naamwoord
    • ser humano [el ~] zelfstandig naamwoord
  3. de man (echtgenoot; gade; eega)
    el marido
    • marido [el ~] zelfstandig naamwoord
  4. de man (echtgenoot; partner; eega; levensgezel; levenspartner)
    el marido; el esposo
    • marido [el ~] zelfstandig naamwoord
    • esposo [el ~] zelfstandig naamwoord
  5. de man
    el hombre
    • hombre [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor man:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
amo gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent landjonker
caballero gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent functionaris; heer; heerschap; heerser; jonker; jonkheer; landjonker; machthebber; officier; paardrijder; ridder; rijder; ruiter; soeverein; stafmedewerker; sujet; vent
chaval gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent goser; gozer; jochie; jongetje; kerel; kleine jongen; knakker; knul; snuiter; vent
chico gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent baasje; dreumes; heerschap; hummel; jochie; jongen; jongetje; kind; klein jongetje; klein kereltje; klein kind; klein meisje; kleine jongen; kleintje; kleuter; mannetje; mannetjesdier; peuter; rakker; sujet; uk; vent; worm; wurm
compañero gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent compaan; compagnon; confrater; firmant; gabber; gabbertje; genoot; gezel; gezellin; hartsvriendin; kameraad; kameraadje; kompaan; kornuit; levensgezel; levenspartner; maat; maatje; maatjesharing; makker; makkertje; metgezel; pal; partner; spitsbroeder; vriend; vriendin; vriendje
esposo echtgenoot; eega; levensgezel; levenspartner; man; partner levensgezel; levenspartner; partner
fulano gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent goser; gozer; kerel; knakker; knul; vent
hombre gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; manspersoon; vent goser; gozer; heer; heerschap; heerser; iemand; individu; kerel; knakker; knul; machthebber; mens; mensenkind; persoon; soeverein; sterveling; sujet; vent; wezen
hombrecillo gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent baasje; jochie; jongetje; klein kereltje; kleine jongen
hombrecito gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent baasje; jochie; jongetje; klein kereltje; kleine jongen; mannetje; mannetjesdier
joven gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent adolescent; broekie; broekvent; goser; gozer; hondje; jong; jonge knaap; jongeling; jongeman; jongere; jongmens; kerel; kereltje; knakker; knul; minderjarige; onmondige; vent; welp
macho gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent haantje; macho
marido echtgenoot; eega; gade; kerel; levensgezel; levenspartner; man; manspersoon; partner; vent levensgezel; levenspartner; partner
ser humano kerel; man; manspersoon; vent iemand; individu; mens; menselijk wezen; mensenkind; persoon; sterveling; wezen
señor gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent heer; heerschap; heerser; landjonker; machthebber; meneer; mijnheer; soeverein; sujet; vent
tipo gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; vent creatuur; drukletter; eenling; enkeling; fatje; figuur; gedaante; genre; gestalte; goser; gozer; heertje; iemand; individu; kerel; knakker; knul; mens; mensenkind; openbare publicatie; personage; persoon; postuur; publicatie; publikatie; schepsel; slag; snuiter; soort; type; uitgave; uitgifte; vent; vogel; vorm; wezen; zetletter
tío gast; gozer; kerel; knakker; knul; man; manspersoon; vent figuur; goser; gozer; individu; kerel; knakker; knul; lid; lul; oom; penis; piemel; pik; roede; snuiter; type; vent
- echtgenoot; heer; meneer; mijnheer
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
joven junior
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
chico klein; ondermaats; van geringe afmeting
joven jeugdig; jong; opgeschoten

Verwante woorden van "man":


Synoniemen voor "man":


Antoniemen van "man":


Verwante definities voor "man":

  1. persoon met wie een vrouw getrouwd is1
    • Mijn man is niet thuis, zei mevrouw Ilmaz.1
  2. mannelijke volwassen persoon1
    • deze man heeft zich als vrouw verkleed1
  3. mens of persoon1
    • met hoeveel man zijn we?1

Wiktionary: man

man
noun
  1. persoon van het mannelijk geslacht
  2. een echtgenoot, een getrouwde man
  3. een mens

Cross Translation:
FromToVia
man esposo; marido husband — male partner in marriage
man varón; macho; hombre male — human of masculine sex or gender
man varón; hombre man — adult male human
man hombre Mann — erwachsener, männlicher Mensch
man varón; hombre homme — Être humain adulte de sexe masculin.
man marido; esposo mariépoux, celui qui unir à une autre personne par le lien conjugal.
man hombre; varón; macho mâlehomme dans l’espèce humaine.
man esposo; marido épouxconjoint ; mari.

Verwante vertalingen van man