Overzicht


Spaans

Uitgebreide vertaling voor abrumar (Spaans) in het Nederlands

abrumar:

abrumar werkwoord

  1. abrumar (apabullar)
    overweldigen; overmeesteren; zich meester maken van; overmannen
    • overweldigen werkwoord (overweldig, overweldigt, overweldigde, overweldigden, overweldigd)
    • overmeesteren werkwoord (overmeester, overmeestert, overmeesterde, overmeesterden, overmeesterd)
    • overmannen werkwoord (overman, overmant, overmande, overmanden, overmand)
  2. abrumar (aturdir; arrollar; apabullar)
    overdonderen; overbluffen
    • overdonderen werkwoord (overdonder, overdondert, overdonderde, overdonderden, overdonderd)
    • overbluffen werkwoord (overbluf, overbluft, overblufte, overbluften, overbluft)
  3. abrumar (colmar de; cubrir de)
    bestormen; overstelpen
    • bestormen werkwoord (bestorm, bestormt, bestormde, bestormden, bestormd)
    • overstelpen werkwoord (overstelp, overstelpt, overstelpte, overstelpten, overstelpt)

Conjugations for abrumar:

presente
  1. abrumo
  2. abrumas
  3. abruma
  4. abrumamos
  5. abrumáis
  6. abruman
imperfecto
  1. abrumaba
  2. abrumabas
  3. abrumaba
  4. abrumábamos
  5. abrumabais
  6. abrumaban
indefinido
  1. abrumé
  2. abrumaste
  3. abrumó
  4. abrumamos
  5. abrumasteis
  6. abrumaron
fut. de ind.
  1. abrumaré
  2. abrumarás
  3. abrumará
  4. abrumaremos
  5. abrumaréis
  6. abrumarán
condic.
  1. abrumaría
  2. abrumarías
  3. abrumaría
  4. abrumaríamos
  5. abrumaríais
  6. abrumarían
pres. de subj.
  1. que abrume
  2. que abrumes
  3. que abrume
  4. que abrumemos
  5. que abruméis
  6. que abrumen
imp. de subj.
  1. que abrumara
  2. que abrumaras
  3. que abrumara
  4. que abrumáramos
  5. que abrumarais
  6. que abrumaran
miscelánea
  1. ¡abruma!
  2. ¡abrumad!
  3. ¡no abrumes!
  4. ¡no abruméis!
  5. abrumado
  6. abrumando
1. yo, 2. tú, 3. él/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

Vertaal Matrix voor abrumar:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
overdonderen aturdir; dejar perplejo
overstelpen colmar
overweldigen colmar
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bestormen abrumar; colmar de; cubrir de acometer; agredir; asaltar; atacar
overbluffen abrumar; apabullar; arrollar; aturdir
overdonderen abrumar; apabullar; arrollar; aturdir asombrar; maravillar; pasmar
overmannen abrumar; apabullar
overmeesteren abrumar; apabullar
overstelpen abrumar; colmar de; cubrir de colmar de; cubrir de
overweldigen abrumar; apabullar
zich meester maken van abrumar; apabullar

Synoniemen voor "abrumar":


Wiktionary: abrumar

abrumar
verb
  1. overladen met allerlei zaken