Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. cazadora:
  2. cazador:
  3. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor cazadora (Spaans) in het Nederlands

cazadora:

cazadora [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la cazadora (chaqueta; americana; capa; anorak; chaquetón)
    het jack
    – sportief kort jasje voor buiten, met strakke boord onderaan 1
    • jack [het ~] zelfstandig naamwoord
      • ik heb een warm jack gekocht om te gaan skiën1
  2. la cazadora (chaqueta; americana; casaca)
    de jak
    • jak [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor cazadora:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
jack americana; anorak; capa; cazadora; chaqueta; chaquetón
jak americana; casaca; cazadora; chaqueta

Verwante woorden van "cazadora":


Synoniemen voor "cazadora":


Wiktionary: cazadora


Cross Translation:
FromToVia
cazadora bus; autobus bus — vehicle
cazadora jageres huntress — female who hunts
cazadora jas jacket — piece of clothing worn on the upper body outside a shirt or blouse

cazadora vorm van cazador:

cazador [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el cazador (aficionado a la caza; acosador; caza)
    de jager; jachtliefhebber

Vertaal Matrix voor cazador:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
jachtliefhebber acosador; aficionado a la caza; caza; cazador
jager acosador; aficionado a la caza; caza; cazador

Verwante woorden van "cazador":


Wiktionary: cazador

cazador
noun
  1. iemand die op jacht gaat

Cross Translation:
FromToVia
cazador jager hunter — person who hunts game

Verwante vertalingen van cazadora