Spaans

Uitgebreide vertaling voor hogar (Spaans) in het Nederlands

hogar:

hogar [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el hogar (domicilio; residencia; vivienda; permanencia; base)
    de woonplaats
  2. el hogar (cocina; horno)
    het fornuis; de stookinrichting
  3. el hogar (chimenea; foco del incendio; foco; estufa; fogón)
    de haard; de stookplaats; de vuurhaard; haardstee; de haardstede
  4. el hogar (fogón)
    het fornuis; kookkachel
  5. el hogar (hogar de uno)
    eigen haard
  6. el hogar
    de stookgelegenheid
  7. el hogar
    het huishouden
  8. el hogar (centro de acogida; asilo; refugio; )
    het opvangcentrum; het hospitium; het asiel

Vertaal Matrix voor hogar:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
asiel asilo; centro de acogida; hogar; hospicio; perrera; recogedero; refugio; residencia de animales asilo; asilo para animales; campo de refugiados; puerto de refugio; refugio
eigen haard hogar; hogar de uno
fornuis cocina; fogón; hogar; horno fogón de la cocina
haard chimenea; estufa; foco; foco del incendio; fogón; hogar
haardstede chimenea; estufa; foco; foco del incendio; fogón; hogar
haardstee chimenea; estufa; foco; foco del incendio; fogón; hogar
hospitium asilo; centro de acogida; hogar; hospicio; perrera; recogedero; refugio; residencia de animales
huishouden hogar economía familiar; gobierno de la casa; menaje
kookkachel fogón; hogar
opvangcentrum asilo; centro de acogida; hogar; hospicio; perrera; recogedero; refugio; residencia de animales centro de acogida
stookgelegenheid hogar
stookinrichting cocina; hogar; horno
stookplaats chimenea; estufa; foco; foco del incendio; fogón; hogar
vuurhaard chimenea; estufa; foco; foco del incendio; fogón; hogar foco de incendio; foco de leña; foco del incendio
woonplaats base; domicilio; hogar; permanencia; residencia; vivienda

Verwante woorden van "hogar":

  • hogares

Synoniemen voor "hogar":


Wiktionary: hogar

hogar
noun
  1. vaste verblijfplaats
  2. een plek waar iemand woont en zich veilig voelt

Cross Translation:
FromToVia
hogar haard hearth — Floor of fireplace
hogar heem; huis home — house or structure in which someone lives
hogar thuis home — childhood or parental home
hogar haard âtre — Base de la cheminée où l’on fait le feu

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van hogar