Spaans

Uitgebreide vertaling voor salida (Spaans) in het Nederlands

salida:

salida [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la salida
    het vertrek; de afreis
    • vertrek [het ~] zelfstandig naamwoord
    • afreis [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. la salida
    de afrit
    • afrit [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. la salida
    de uitvoer
    • uitvoer [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  4. la salida (desinencia; escape; escapatoria)
    de uitgang; de uitloop; de uitweg
    • uitgang [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • uitloop [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • uitweg [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  5. la salida (salida de vehículos)
    de uitrit
    • uitrit [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  6. la salida (éxodo)
    de exodus; de uittocht
    • exodus [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • uittocht [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  7. la salida (remedio; recurso; arbitrio; medio auxiliar)
    de ressource; het hulpmiddel; het redmiddel
  8. la salida (partida)
    de afvaart; uitvaren; afvaren
    • afvaart [de ~] zelfstandig naamwoord
    • uitvaren [znw.] zelfstandig naamwoord
    • afvaren [znw.] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor salida:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afreis salida
afrit salida
afvaart partida; salida
afvaren partida; salida
exodus salida; éxodo ocio; vacío
hulpmiddel arbitrio; medio auxiliar; recurso; remedio; salida
redmiddel arbitrio; medio auxiliar; recurso; remedio; salida
ressource arbitrio; medio auxiliar; recurso; remedio; salida
uitgang desinencia; escapatoria; escape; salida
uitloop desinencia; escapatoria; escape; salida
uitrit salida; salida de vehículos
uittocht salida; éxodo
uitvaren partida; salida
uitvoer salida exportación
uitweg desinencia; escapatoria; escape; salida contestación; escape
vertrek salida cuarto
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afvaren hacerse a la mar; salir navegando; salir velando; zarpar
uitvaren desatarse contra; hacerse a la mar; zarpar

Synoniemen voor "salida":


Wiktionary: salida

salida
noun
  1. een verkeersweg waarlangs men naar beneden van een autoweg of autosnelweg af kan rijden
  2. een uitrit die van een snelweg afvoert
  3. wegvaren van de wal van een vaartuig
  4. het volume product dat aan consumenten verkocht wordt
  5. een weg waarlangs men een ruimte verlaten kan
  6. een plaats of opening waardoor of waarlangs men kan of moet uitrijden
  7. de actie van het vertrekken of weggaan

Cross Translation:
FromToVia
salida vertrek departure — The act of departing
salida uitgang exit — passage from inside to outside
salida uitgang exit — way out
salida startlijn start — beginning point of a race
salida afrit Abfahrt — Abfahrt von einer Autobahn
salida vertrek AbfahrtBeginn einer Fahrt (meist zu einem bestimmten Zeitpunkt oder ab einem bestimmten, örtlich festgelegten Punkt)
salida vertrek départ — Action de quitter
salida afrit; afvaart; vertrek départmoment précis de l'action de partir.
salida afrit; uitgang; uitweg issuesortie, lieu par où l’on sortir.
salida exodus; uittocht; besteding; vertering; uitgaaf; afrit; uitgang; uitweg sortieaction de sortir.

Verwante vertalingen van salida