Spaans

Uitgebreide vertaling voor sobras (Spaans) in het Nederlands

sobras:

sobras [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la sobras (restos de comida; sobra de comida; restante)
    de kliekjes; de etensresten; de klieken
    • kliekjes [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
    • etensresten [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
    • klieken [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

Vertaal Matrix voor sobras:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
etensresten restante; restos de comida; sobra de comida; sobras
klieken restante; restos de comida; sobra de comida; sobras
kliekjes restante; restos de comida; sobra de comida; sobras
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
klieken agruparse

Verwante woorden van "sobras":


Synoniemen voor "sobras":


Wiktionary: sobras


Cross Translation:
FromToVia
sobras over left — remaining

sobras vorm van sobre:

sobre bijvoeglijk naamwoord

  1. sobre (por encima de)
    over
    • over bijvoeglijk naamwoord
  2. sobre (por; encima)
    over; overheen
  3. sobre (encima; por)
    gepasseerd; voorbij

sobre [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el sobre (cubierto)
    de envelop
    • envelop [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. el sobre (cubierto)
    de briefomslag
  3. el sobre
    het couvert; de enveloppe; de omslag; de wikkel
    • couvert [het ~] zelfstandig naamwoord
    • enveloppe [de ~] zelfstandig naamwoord
    • omslag [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • wikkel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  4. el sobre (cubierta; encuadernación)
    de boekomslag; de omslag; de kaft
    • boekomslag [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • omslag [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kaft [de ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor sobre:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
boekomslag cubierta; encuadernación; sobre
briefomslag cubierto; sobre
couvert sobre cubierto; cubiertos; utensilios de mesa
envelop cubierto; sobre
enveloppe sobre
kaft cubierta; encuadernación; sobre
omslag cubierta; encuadernación; sobre aguja; alteración; cambio; cambio brusco; cambio de la marea; cambio total; circunlocución; desvío; letra de cambio; movimiento; reborde; reparto; transformación; transición
wikkel sobre
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
voorbij encima; por; sobre acabado; completo; concluido; concluído; efectuado; expirado; listo; llevado a cabo; pasado; perfecto; preparado; pronto; realizado; terminado; transcurrido; ultimado
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
overheen encima; por; sobre
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gepasseerd encima; por; sobre
over encima; por; por encima de; sobre acabado; completo; concluido; concluído; efectuado; listo; llevado a cabo; pasado; perfecto; preparado; pronto; realizado; terminado; ultimado

Verwante woorden van "sobre":


Wiktionary: sobre

sobre
noun
  1. een papieren omslag voor brieven

Cross Translation:
FromToVia
sobre betreffende; aangaande; over about — in concern with
sobre over about — concerning
sobre boven above — in or to a higher place
sobre met betrekking tot; betreffende; aangaande; omtrent concerning — Regarding
sobre envelop; briefomslag envelope — wrapper for mailing
sobre op on — positioned at the upper surface of
sobre over on — covering
sobre over on — dealing with the subject of
sobre bij; aan on — touching; hanging from
sobre over over — above
sobre op upon — being above and in contact with another
sobre accoord; eens; akkoord einig — einer, derselben, der gleichen Meinung, übereinstimmend, einvernehmlich
sobre uit hoofde van; overeenkomstig; volgens gemäßPräposition mit Dativ: entsprechend, zufolge, nach
sobre aan; aangaande; betreffende; bij; met; over; van; in; jegens; om; op; te; tot; voor; binnen; per; naar; tegen enTraductions à trier suivant le sens
sobre couvert; enveloppe; briefomslag enveloppe — Ce qui pouvoir entourer quelque chose.

sobras vorm van sobrar:

sobrar werkwoord

  1. sobrar (quedarse con)
    overhouden; overhebben
    • overhouden werkwoord (houd over, houdt over, hield over, hielden over, overgehouden)
    • overhebben werkwoord (heb over, hebt over, heeft over, had over, hadden over, over gehad)
  2. sobrar (acopiar; quedar; ahorrar; )
    sparen; op bankrekening zetten

Conjugations for sobrar:

presente
  1. sobro
  2. sobras
  3. sobra
  4. sobramos
  5. sobráis
  6. sobran
imperfecto
  1. sobraba
  2. sobrabas
  3. sobraba
  4. sobrábamos
  5. sobrabais
  6. sobraban
indefinido
  1. sobré
  2. sobraste
  3. sobró
  4. sobramos
  5. sobrasteis
  6. sobraron
fut. de ind.
  1. sobraré
  2. sobrarás
  3. sobrará
  4. sobraremos
  5. sobraréis
  6. sobrarán
condic.
  1. sobraría
  2. sobrarías
  3. sobraría
  4. sobraríamos
  5. sobraríais
  6. sobrarían
pres. de subj.
  1. que sobre
  2. que sobres
  3. que sobre
  4. que sobremos
  5. que sobréis
  6. que sobren
imp. de subj.
  1. que sobrara
  2. que sobraras
  3. que sobrara
  4. que sobráramos
  5. que sobrarais
  6. que sobraran
miscelánea
  1. ¡sobra!
  2. ¡sobrad!
  3. ¡no sobres!
  4. ¡no sobréis!
  5. sobrado
  6. sobrando
1. yo, 2. tú, 3. él/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

Vertaal Matrix voor sobrar:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
op bankrekening zetten acopiar; acumular; ahorrar; coleccionar; combinar; compaginar; compilar; economizar; juntar; quedar; reunir; sobrar
overhebben quedarse con; sobrar
overhouden quedarse con; sobrar
sparen acopiar; acumular; ahorrar; coleccionar; combinar; compaginar; compilar; economizar; juntar; quedar; reunir; sobrar acopiar; acumular; ahorrar; juntar; perdonar; recoger; respetar; reunir

Synoniemen voor "sobrar":


Wiktionary: sobrar

sobrar
verb
  1. overhouden

Cross Translation:
FromToVia
sobrar blijven; achterblijven remain — to stay behind while others withdraw