Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. envidia:
  2. envidiar:
  3. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor envidia (Spaans) in het Nederlands

envidia:

envidia [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la envidia (persianas; resentimiento; estor; cortinas)
    de jaloezie; de kinnesinne; de afgunst; de kif
    • jaloezie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • kinnesinne [de ~] zelfstandig naamwoord
    • afgunst [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • kif [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. la envidia (celosía; rencor; cortinas; )
    de naijver
    • naijver [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. la envidia (rencor; resentimiento)
    de nijd
    • nijd [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  4. la envidia (resentimiento; celos; rencor)
    het ressentiment

Vertaal Matrix voor envidia:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afgunst cortinas; envidia; estor; persianas; resentimiento
jaloezie cortinas; envidia; estor; persianas; resentimiento
kif cortinas; envidia; estor; persianas; resentimiento
kinnesinne cortinas; envidia; estor; persianas; resentimiento
naijver celosía; cortinas; envidia; estor; persianas; rencor; resentimiento
nijd envidia; rencor; resentimiento
ressentiment celos; envidia; rencor; resentimiento

Synoniemen voor "envidia":


Wiktionary: envidia

envidia
noun
  1. een wrok die iemand koestert omdat men een ander niet gunt wat men zelf begeert
  2. gevoel
  3. jaloezie, afgunst

Cross Translation:
FromToVia
envidia nijd; afgunst envy — resentful desire of something possessed by another
envidia naijver; jaloersheid jealousy — close, zealous vigilance, envy
envidia jaloezie; naijver; jaloersheid; afgunst; ijverzucht; nijd; wangunst enviechagrin ou haine que l’on ressent du bonheur, des succès, des avantages d’autrui.

envidiar:

envidiar werkwoord

  1. envidiar (tener envidia)
    benijden
    • benijden werkwoord (benijd, benijdt, benijdde, benijdden, benijd)
  2. envidiar
    misgunnen; niet gunnen

Conjugations for envidiar:

presente
  1. envidio
  2. envidias
  3. envidia
  4. envidiamos
  5. envidiáis
  6. envidian
imperfecto
  1. envidiaba
  2. envidiabas
  3. envidiaba
  4. envidiábamos
  5. envidiabais
  6. envidiaban
indefinido
  1. envidié
  2. envidiaste
  3. envidió
  4. envidiamos
  5. envidiasteis
  6. envidiaron
fut. de ind.
  1. envidiaré
  2. envidiarás
  3. envidiará
  4. envidiaremos
  5. envidiaréis
  6. envidiarán
condic.
  1. envidiaría
  2. envidiarías
  3. envidiaría
  4. envidiaríamos
  5. envidiaríais
  6. envidiarían
pres. de subj.
  1. que envidie
  2. que envidies
  3. que envidie
  4. que envidiemos
  5. que envidiéis
  6. que envidien
imp. de subj.
  1. que envidiara
  2. que envidiaras
  3. que envidiara
  4. que envidiáramos
  5. que envidiarais
  6. que envidiaran
miscelánea
  1. ¡envidia!
  2. ¡envidiad!
  3. ¡no envidies!
  4. ¡no envidiéis!
  5. envidiado
  6. envidiando
1. yo, 2. tú, 3. él/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

Vertaal Matrix voor envidiar:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
benijden envidiar; tener envidia
misgunnen envidiar
niet gunnen envidiar

Synoniemen voor "envidiar":


Wiktionary: envidiar

envidiar
verb
  1. wensen dat men zelf mocht hebben wat een ander heeft

Cross Translation:
FromToVia
envidiar benijden; afgunstig zijn envy — to feel displeasure towards (someone) because of their good fortune, possessions
envidiar benijden beneidenneidisch sein; etwas haben wollen, das ein anderer hat
envidiar benijden; jaloers zijn op; misgunnen envierdésirer pour soi les avantages d’autrui.

Verwante vertalingen van envidia