Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. maña:
  2. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor maña (Spaans) in het Nederlands

maña:

maña [la ~] zelfstandig naamwoord

  1. la maña (truco; treta)
    het kunstje; het foefje; de truc; de kneep; het kneepje; het maniertje
    • kunstje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • foefje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • truc [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kneep [de ~] zelfstandig naamwoord
    • kneepje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • maniertje [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor maña:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
foefje maña; treta; truco
kneep maña; treta; truco habilidad; pellizco; saber; truco
kneepje maña; treta; truco
kunstje maña; treta; truco agilidad; aptitud; arte; artes; ciencia; comodidad; manija; pericia; presteza; truco
maniertje maña; treta; truco
truc maña; treta; truco agilidad; aptitud; ardid; arte; artes; artimaña; ciencia; comodidad; estratagema; habilidad; manija; pericia; presteza; saber; trampa; treta; trucaje; truco

Verwante woorden van "maña":

  • mañas

Synoniemen voor "maña":


Wiktionary: maña

maña
noun
  1. een handeling om op een slimme manier een doel te bereiken

Cross Translation:
FromToVia
maña bekwaamheid; vaardigheid skill — capacity to do something well
maña macht; vermogen habilité — rare|fr droit|fr résultat de l’habilitation, aptitude.