Spaans

Uitgebreide vertaling voor parado (Spaans) in het Nederlands

parado:

parado bijvoeglijk naamwoord

  1. parado (lerdo)
    langzaam; traag; sloom
  2. parado (dejado; cesado)
    gestopt; opgehouden; uitgescheiden
  3. parado (desempleado; cesante; desocupado; sin empleo)
    werkeloos; werkloos
  4. parado (inmóvil; paralizado)
    stilstaand

parado [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el parado (persona sin trabajo; parada; desempleada; hombre sin trabajo; mujer sin trabajo)
    de werkeloze
  2. el parado (desempleado)
    de werkloze

Vertaal Matrix voor parado:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
werkeloze desempleada; hombre sin trabajo; mujer sin trabajo; parada; parado; persona sin trabajo
werkloze desempleado; parado
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
langzaam lerdo; parado indeciso; irresoluto; lento; remolón; tardón; vacilante
sloom lerdo; parado inerte; lento; letárgico
stilstaand inmóvil; parado; paralizado
traag lerdo; parado gandul; indeciso; irresoluto; lento; perezoso; reacio al trabajo; remolón; tardón; vacilante
werkeloos cesante; desempleado; desocupado; parado; sin empleo
werkloos cesante; desempleado; desocupado; parado; sin empleo
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gestopt cesado; dejado; parado
opgehouden cesado; dejado; parado
uitgescheiden cesado; dejado; parado

Synoniemen voor "parado":


Verwante vertalingen van parado