Spaans

Uitgebreide vertaling voor relleno (Spaans) in het Nederlands

relleno:

relleno [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el relleno (completación; rellenado; cumplimiento; realización)
    invullen; de invulling
  2. el relleno (empaste; obturación)
    de vulling; de opvulling; het vulsel
    • vulling [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • opvulling [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • vulsel [het ~] zelfstandig naamwoord
  3. el relleno
    het opvulsel
    • opvulsel [het ~] zelfstandig naamwoord
  4. el relleno
    bijvulling
  5. el relleno (línea guía)

relleno bijvoeglijk naamwoord

  1. relleno (llenado)
    volgegooid
  2. relleno (pagado totalmente; llenado)
    volgestort; geheel betaald

Vertaal Matrix voor relleno:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bijvulling relleno
invullen completación; cumplimiento; realización; rellenado; relleno
invulling completación; cumplimiento; realización; rellenado; relleno
opvulling empaste; obturación; relleno espaciado interno
opvulsel relleno
vulling empaste; obturación; relleno empaquetadura; empaste
vulsel empaste; obturación; relleno empaquetadura; empaste
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
invullen rellenar
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
opvulteken línea guía; relleno carácter de relleno
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
geheel betaald llenado; pagado totalmente; relleno
volgegooid llenado; relleno
volgestort llenado; pagado totalmente; relleno

Verwante woorden van "relleno":

  • rellenos

Synoniemen voor "relleno":


Wiktionary: relleno


Cross Translation:
FromToVia
relleno vulsel; vulling fill — something used to occupy empty spaces

rellenar:

rellenar werkwoord

  1. rellenar (llenar; colmar)
    vullen; bijvullen
    • vullen werkwoord (vul, vult, vulde, vulden, gevuld)
    • bijvullen werkwoord (vul bij, vult bij, vulde bij, vulden bij, bijgevuld)
  2. rellenar
    vullen; opvullen
    • vullen werkwoord (vul, vult, vulde, vulden, gevuld)
    • opvullen werkwoord (vul op, vult op, vulde op, vulden op, opgevuld)
  3. rellenar
    ophogen
    • ophogen werkwoord (hoog op, hoogt op, hoogde op, hoogden op, opgehoogd)
  4. rellenar
    invullen
    • invullen werkwoord (vul in, vult in, vulde in, vulden in, ingevuld)
  5. rellenar (llenar)
    vullen; volplempen; volmaken; volstorten
    • vullen werkwoord (vul, vult, vulde, vulden, gevuld)
    • volplempen werkwoord
    • volmaken werkwoord (volmaak, volmaakt, volmaakte, volmaakten, volmaakt)
    • volstorten werkwoord (stort vol, stortte vol, stortten vol, volgestort)
  6. rellenar (llenar)
    vullen; farceren; opvullen
    • vullen werkwoord (vul, vult, vulde, vulden, gevuld)
    • farceren werkwoord
    • opvullen werkwoord (vul op, vult op, vulde op, vulden op, opgevuld)
  7. rellenar (llenar)
    vullen; volgooien; volgieten
    • vullen werkwoord (vul, vult, vulde, vulden, gevuld)
    • volgooien werkwoord (gooi vol, gooit vol, gooide vol, gooiden vol, volgegooid)
    • volgieten werkwoord (giet vol, goot vol, goten vol, vol gegoten)
  8. rellenar (cerrar; cubrir; tapar; terraplenar)
    dichtgooien
    • dichtgooien werkwoord (gooi dicht, gooit dicht, gooide dicht, gooiden dicht, dichtgegooid)
  9. rellenar (volver a llenar; llenar; repostar)
    bijvullen; bijtanken; bijschenken
    • bijvullen werkwoord (vul bij, vult bij, vulde bij, vulden bij, bijgevuld)
    • bijtanken werkwoord (tank bij, tankt bij, tankte bij, tankten bij, bijgetankt)
    • bijschenken werkwoord (schenk bij, schenkt bij, schonk bij, schonken bij, bijgeschonken)
  10. rellenar (llenar; cargar; empastar; acolchar; colmar)
    plomberen; vullen
    • plomberen werkwoord (plombeer, plombeert, plombeerde, plombeerden, geplobeerd)
    • vullen werkwoord (vul, vult, vulde, vulden, gevuld)

Conjugations for rellenar:

presente
  1. relleno
  2. rellenas
  3. rellena
  4. rellenamos
  5. rellenáis
  6. rellenan
imperfecto
  1. rellenaba
  2. rellenabas
  3. rellenaba
  4. rellenábamos
  5. rellenabais
  6. rellenaban
indefinido
  1. rellené
  2. rellenaste
  3. rellenó
  4. rellenamos
  5. rellenasteis
  6. rellenaron
fut. de ind.
  1. rellenaré
  2. rellenarás
  3. rellenará
  4. rellenaremos
  5. rellenaréis
  6. rellenarán
condic.
  1. rellenaría
  2. rellenarías
  3. rellenaría
  4. rellenaríamos
  5. rellenaríais
  6. rellenarían
pres. de subj.
  1. que rellene
  2. que rellenes
  3. que rellene
  4. que rellenemos
  5. que rellenéis
  6. que rellenen
imp. de subj.
  1. que rellenara
  2. que rellenaras
  3. que rellenara
  4. que rellenáramos
  5. que rellenarais
  6. que rellenaran
miscelánea
  1. ¡rellena!
  2. ¡rellenad!
  3. ¡no rellenes!
  4. ¡no rellenéis!
  5. rellenado
  6. rellenando
1. yo, 2. tú, 3. él/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

Vertaal Matrix voor rellenar:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
invullen completación; cumplimiento; realización; rellenado; relleno
volplempen llenar
volstorten liberar completamente; llenar
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bijschenken llenar; rellenar; repostar; volver a llenar
bijtanken llenar; rellenar; repostar; volver a llenar
bijvullen colmar; llenar; rellenar; repostar; volver a llenar
dichtgooien cerrar; cubrir; rellenar; tapar; terraplenar
farceren llenar; rellenar
invullen rellenar
ophogen rellenar elevar; levantar; subir
opvullen llenar; rellenar
plomberen acolchar; cargar; colmar; empastar; llenar; rellenar
volgieten llenar; rellenar
volgooien llenar; rellenar
volmaken llenar; rellenar acabar; completar; dar fin a; finalizar; terminar
volplempen llenar; rellenar
volstorten llenar; rellenar
vullen acolchar; cargar; colmar; empastar; llenar; rellenar acolchar; colmar; llenar; llenar hasta el borde

Synoniemen voor "rellenar":


Wiktionary: rellenar


Cross Translation:
FromToVia
rellenar invullen fill out — to complete a form
rellenar farceren farcierenGastronomie: mit einer zuvor hergestellten Farce füllen
rellenar schuiven; vullen; opvullen; inschuiven; instoppen; indoen; inleggen; inzetten fourrerintroduire, faire entrer, placer en quelque endroit, mettre parmi d’autres choses.
rellenar vullen; opvullen; opzetten rembourrergarnir de bourre, de laine, de crin, etc.
rellenar vervullen remplir — Emplir entièrement, rendre plein, combler.

Verwante vertalingen van relleno