Overzicht
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. tirón:
  2. Wiktionary:
    • tirón → ruk


Spaans

Uitgebreide vertaling voor tirón (Spaans) in het Nederlands

tirón:

tirón [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el tirón (estirón; estirajón)
    de trek; de ruk; de haal
    • trek [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • ruk [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • haal [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. el tirón (estirón)
    aantrekken; straktrekken
  3. el tirón (robo de carteras; ratería)
    zakkenrollen; de zakkenrollerij

Vertaal Matrix voor tirón:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aantrekken estirón; tirón atractar; fascinar; vestirse
haal estirajón; estirón; tirón arañazo; calada; chupada; línea; raya; trazo
ruk estirajón; estirón; tirón
straktrekken estirón; tirón
trek estirajón; estirón; tirón apetito; corriente; corriente de aire; ganas de comer; ganas de comer algo; hambre; succión de aire
zakkenrollen ratería; robo de carteras; tirón
zakkenrollerij ratería; robo de carteras; tirón
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aantrekken alistar reclutas; anunciar; atraer; cerrar; cerrar la puerta; correr; emplear; hacer propaganda; hacer publicidad; poner un anuncio; ponerse; reclutar; vestir; vestirse

Verwante woorden van "tirón":


Synoniemen voor "tirón":


Wiktionary: tirón


Cross Translation:
FromToVia
tirón ruk wrench — twisting movement