Overzicht
Spaans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. el:
  2. él:
  3. Wiktionary:
Zweeds naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. él:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor él (Spaans) in het Zweeds

el:

el bijvoeglijk naamwoord

  1. el (los; la; las)
    det
    • det bijvoeglijk naamwoord

el

  1. el (los; la; las)

Vertaal Matrix voor el:

OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
den el; la; las; los
det el; la; las; lo; los de modo que
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
det el; la; las; los esa; ese; eso; este; que

Verwante woorden van "el":

  • eles

Wiktionary: el


Cross Translation:
FromToVia
el den; det; de; -n; -en; -t; -et; -na; -a the — article
el den; det; de; -n; -en; -t; -et; -na; -a the — used as an alternative to a possessive pronoun before body parts
el den; det; de the — with a superlative
el -n; -en; -t; -et; -na; -a the — used with the name of a member of a class to refer to all things in that class

él:

él

  1. él

Vertaal Matrix voor él:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
han el que; la que; quien
PronounVerwante vertalingenAndere vertalingen
han él

Wiktionary: él


Cross Translation:
FromToVia
él han he — personal pronoun "he"
él den; det it — subject — inanimate thing
él han ie — de klitische vorm van de 3e persoon enkelvoud mannelijk nominatief
él han hij — Nominatief mannelijk derde persoon enkelvoud nv.nom
él han il — Personne, animal ou chose

Verwante vertalingen van él



Zweeds

Uitgebreide vertaling voor él (Zweeds) in het Spaans

el:


Synoniemen voor "el":


Wiktionary: el


Cross Translation:
FromToVia
el electricidad electricity — form of energy

Verwante vertalingen van él