Overzicht
Spaans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. canon:
  2. cañón:
  3. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor cañón (Spaans) in het Zweeds

canon:

canon [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el canon
    kanon; lovsång
    • kanon [-en] zelfstandig naamwoord
    • lovsång [-en] zelfstandig naamwoord
  2. el canon
    markränta

Vertaal Matrix voor canon:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kanon canon artillería; canónigo; cañones; cañón
lovsång canon alborada; elogio; oda; panegírico
markränta canon

Synoniemen voor "canon":


cañón:

cañón [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el cañón (artillería; cañones)
    kanon; artilleri
    • kanon [-en] zelfstandig naamwoord
    • artilleri [-ett] zelfstandig naamwoord
  2. el cañón (artillería; cañones)
    artilleri

Vertaal Matrix voor cañón:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
artilleri artillería; cañones; cañón afuste; armazón
kanon artillería; cañones; cañón canon; canónigo

Verwante woorden van "cañón":


Synoniemen voor "cañón":


Wiktionary: cañón


Cross Translation:
FromToVia
cañón kanon cannon — artillery piece
cañón kanjon canyon — a valley cut in rock by a river
cañón kanon gun — (military) A cannon with relatively long barrel, operating with relatively low angle of fire, and having a high muzzle velocity
cañón lopp; pipa loop — voorste deel van een wapen
cañón kanon KanoneGeschütz mit flachem Abschusswinkel
cañón vingpenna Kiel — mittlerer, harter Teil einer Feder
cañón klyfta Schlucht — enger und steiler Einschnitt in ein Tal
cañón kanon canon — Pièce d’artillerie
cañón rör tube — Tuyau.

Verwante vertalingen van cañón