Overzicht


Frans

Uitgebreide vertaling voor devancer (Frans) in het Nederlands

devancer:

devancer werkwoord (devance, devances, devançons, devancez, )

  1. devancer (couper)
    aftroeven; overtroeven
    • aftroeven werkwoord (troef af, troeft af, troefde af, troefden af, afgetroefd)
    • overtroeven werkwoord (overtroef, overtroeft, overtroefde, overtroefden, overtroefd)
  2. devancer
  3. devancer (rouler en tête; aller en avant)
    vooruitrijden; vooroprijden
    • vooruitrijden werkwoord (rijd vooruit, rijdt vooruit, reed vooruit, reden vooruit, vooruit gereden)
    • vooroprijden werkwoord (rijd voorop, rijdt voorop, reed voorop, reden voorop, voorop gereden)

Conjugations for devancer:

Présent
  1. devance
  2. devances
  3. devance
  4. devançons
  5. devancez
  6. devancent
imparfait
  1. devançais
  2. devançais
  3. devançait
  4. devancions
  5. devanciez
  6. devançaient
passé simple
  1. devançai
  2. devanças
  3. devança
  4. devançâmes
  5. devançâtes
  6. devancèrent
futur simple
  1. devancerai
  2. devanceras
  3. devancera
  4. devancerons
  5. devancerez
  6. devanceront
subjonctif présent
  1. que je devance
  2. que tu devances
  3. qu'il devance
  4. que nous devancions
  5. que vous devanciez
  6. qu'ils devancent
conditionnel présent
  1. devancerais
  2. devancerais
  3. devancerait
  4. devancerions
  5. devanceriez
  6. devanceraient
passé composé
  1. ai dévancé
  2. as dévancé
  3. a dévancé
  4. avons dévancé
  5. avez dévancé
  6. ont dévancé
divers
  1. devance!
  2. devancez!
  3. devançons!
  4. dévancé
  5. devançant
1. je, 2. tu, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Vertaal Matrix voor devancer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aftroeven devancement; fait de surpasser
overtroeven devancement; fait de surpasser
vooroprijden fait d'avancer
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aftroeven couper; devancer
naar voren staan devancer
overtroeven couper; devancer
vooroprijden aller en avant; devancer; rouler en tête
vooruitrijden aller en avant; devancer; rouler en tête

Synoniemen voor "devancer":


dévancer:

dévancer werkwoord

  1. dévancer (surpasser; dépasser; surenchérir; l'emporter sur)
    overtreffen; voorbijstreven
    • overtreffen werkwoord (overtref, overtreft, overtrof, overtroffen, overtroffen)
    • voorbijstreven werkwoord (streef voorbij, streeft voorbij, streefde voorbij, streefden voorbij, voorbij gestreefd)
  2. dévancer (dépasser; surpasser; l'emporter sur)
    overtreffen
    • overtreffen werkwoord (overtref, overtreft, overtrof, overtroffen, overtroffen)

Vertaal Matrix voor dévancer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
overtreffen fait de l'emporter sur
voorbijstreven dépassement
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
overtreffen dépasser; dévancer; l'emporter sur; surenchérir; surpasser briller; exceller
voorbijstreven dépasser; dévancer; l'emporter sur; surenchérir; surpasser