Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. pacifier:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor pacifier (Frans) in het Nederlands

pacifier:

pacifier werkwoord (pacifie, pacifies, pacifions, pacifiez, )

  1. pacifier (désarmer; démilitariser)
    pacificeren
    • pacificeren werkwoord (pacificeer, pacificeert, pacificeerde, pacificeerden, gepacificeerd)
  2. pacifier (démilitariser)
    demilitariseren
    • demilitariseren werkwoord (demilitariseer, demilitariseert, demilitariseerde, demilitariseerden, gedemilitariseerd)
  3. pacifier (satisfaire; suffire; assouvir; )
    tevreden stellen; vergenoegen
    • tevreden stellen werkwoord (stel tevreden, stelt tevreden, stelde tevreden, stelden tevreden, tevreden gesteld)
    • vergenoegen werkwoord (vergenoeg, vergenoegt, vergenoegde, vergenoegden, vergenoegd)
  4. pacifier (rassasier; satisfaire; assouvir; )
    bevredigen; voldoening geven; begeerte stillen
    • bevredigen werkwoord (bevredig, bevredigt, bevredigde, bevredigden, bevredigd)
    • voldoening geven werkwoord (geef voldoening, geeft voldoening, gaf voldoening, gaven voldoening, voldoening gegeven)
    • begeerte stillen werkwoord (stil begeerte, stilt begeerte, stilde begeerte, stilden begeerte, begeerte gestild)

Conjugations for pacifier:

Présent
  1. pacifie
  2. pacifies
  3. pacifie
  4. pacifions
  5. pacifiez
  6. pacifient
imparfait
  1. pacifiais
  2. pacifiais
  3. pacifiait
  4. pacifiions
  5. pacifiiez
  6. pacifiaient
passé simple
  1. pacifiai
  2. pacifias
  3. pacifia
  4. pacifiâmes
  5. pacifiâtes
  6. pacifièrent
futur simple
  1. pacifierai
  2. pacifieras
  3. pacifiera
  4. pacifierons
  5. pacifierez
  6. pacifieront
subjonctif présent
  1. que je pacifie
  2. que tu pacifies
  3. qu'il pacifie
  4. que nous pacifiions
  5. que vous pacifiiez
  6. qu'ils pacifient
conditionnel présent
  1. pacifierais
  2. pacifierais
  3. pacifierait
  4. pacifierions
  5. pacifieriez
  6. pacifieraient
passé composé
  1. ai pacifié
  2. as pacifié
  3. a pacifié
  4. avons pacifié
  5. avez pacifié
  6. ont pacifié
divers
  1. pacifie!
  2. pacifiez!
  3. pacifions!
  4. pacifié
  5. pacifiant
1. je, 2. tu, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Vertaal Matrix voor pacifier:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
begeerte stillen apaiser; assouvir; assouvir son appétit; calmer; contenter; obtempérer à; pacifier; rassasier; satisfaire; tranquilliser
bevredigen apaiser; assouvir; assouvir son appétit; calmer; contenter; obtempérer à; pacifier; rassasier; satisfaire; tranquilliser
demilitariseren démilitariser; pacifier
pacificeren démilitariser; désarmer; pacifier
tevreden stellen apaiser; assouvir; contenter; pacifier; satisfaire; se contenter de; suffire
vergenoegen apaiser; assouvir; contenter; pacifier; satisfaire; se contenter de; suffire se contenter de
voldoening geven apaiser; assouvir; assouvir son appétit; calmer; contenter; obtempérer à; pacifier; rassasier; satisfaire; tranquilliser

Synoniemen voor "pacifier":


Wiktionary: pacifier

pacifier
verb
  1. tot vrede of tot rust brengen

Cross Translation:
FromToVia
pacifier stillen; sussen; temmen besänftigen — durch Zureden bewirken, dass jemandes innere Erregung langsam nachlassen und abklingen

Computer vertaling door derden: