Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. dessus:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor dessus (Frans) in het Nederlands

dessus:

dessus bijvoeglijk naamwoord

  1. dessus (au dessus)
    over
    • over bijvoeglijk naamwoord
  2. dessus (au-dessus de; au-dessus; en haut; en dessus)
    erboven; bovenop; boven
  3. dessus (y; à; sur; )
    erop; bij; erbij

Vertaal Matrix voor dessus:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bij abeille; abeille domestique; abeille mellifique
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bovenop au-dessus; au-dessus de; dessus; en dessus; en haut
erbij au-dessus; dans; de; dessus; en; ; sur; y; à; à côté de
erboven au-dessus; au-dessus de; dessus; en dessus; en haut
erop au-dessus; dans; de; dessus; en; ; sur; y; à; à côté de
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
bij autour de; aux environs de; d'après; dans les environs de; en passant par; par; pour; près de; sur; via; à
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bij au-dessus; dans; de; dessus; en; ; sur; y; à; à côté de
boven au-dessus; au-dessus de; dessus; en dessus; en haut au-dessus; au-dessus de; en haut; là-haut; à un étage plus élevé
over au dessus; dessus achevé; au-delà; au-dessus; disposé; exécuté; fait; fini; par-dessus; passé; préparé; prêt; terminé

Synoniemen voor "dessus":


Wiktionary: dessus


Cross Translation:
FromToVia
dessus bovenkant top — uppermost part

Verwante vertalingen van dessus