Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. flanc:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor flanc (Frans) in het Nederlands

flanc:

flanc [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. le flanc (côté)
    de zijde; de kant; de zij
    • zijde [de ~] zelfstandig naamwoord
    • kant [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • zij [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. le flanc (côté; aile; bord; rive; rebord)
    de zijde; de zijkant; de flank
    • zijde [de ~] zelfstandig naamwoord
    • zijkant [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • flank [de ~] zelfstandig naamwoord
  3. le flanc (côte; pente; coteau)
    de berghelling
  4. le flanc (bord; aile; côté; rive; rebord)
    de flank; zijde van een schip

Vertaal Matrix voor flanc:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
berghelling coteau; côte; flanc; pente
flank aile; bord; côté; flanc; rebord; rive
kant côté; flanc bord; côté; dentelle; dentelle au fuseaux
zij côté; flanc soie
zijde aile; bord; côté; flanc; rebord; rive soie
zijde van een schip aile; bord; côté; flanc; rebord; rive
zijkant aile; bord; côté; flanc; rebord; rive bord; côté
PronounVerwante vertalingenAndere vertalingen
zij elle
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
zij elles

Synoniemen voor "flanc":


Wiktionary: flanc

flanc
noun
  1. chacune des parties latérales du corps de l’homme ou des animaux, qui est depuis le défaut des côtes jusqu’aux hanches.
flanc
noun
  1. zijkant van een samenhangend geheel
  2. deel van een bastion dat aan de courtine grenst
  3. baarmoeder

Verwante vertalingen van flanc