Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. roux:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor roux (Frans) in het Nederlands

roux:

roux bijvoeglijk naamwoord

  1. roux (rousse)
    ros
    • ros bijvoeglijk naamwoord
  2. roux
    roodharig
  3. roux (rougeâtre; roussâtre)
    rossig; roodachtig

Vertaal Matrix voor roux:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ros canasson; coursier
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
roodachtig rougeâtre; roussâtre; roux
roodharig roux
ros rousse; roux
rossig rougeâtre; roussâtre; roux

Synoniemen voor "roux":


Wiktionary: roux

roux
adjective
  1. D’une couleur proche de l’orange, souvent en parlant des cheveux. (couleur)
roux
adjective
  1. met rood gekleurde haren

Cross Translation:
FromToVia
roux kastanjebruin auburn — reddish-brown
roux ros; rosse ginger — reddish-brown
roux ros; rosse red — of hair: orange-brown
roux ros rotvon Haaren: eine rötliche (eine Punkt [2] ähnliche, eher orange) Farbe habend
roux roodharig rothaarigrote Haare habend