Frans

Uitgebreide vertaling voor se faner (Frans) in het Nederlands

se faner:

se faner werkwoord

  1. se faner (se décolorer; pâlir; décolorer; déteindre)
    vervagen; vervalen; verschieten; verkleuren; vaal worden
    • vervagen werkwoord (vervaag, vervaagt, vervaagde, vervaagden, vervaagd)
    • vervalen werkwoord
    • verschieten werkwoord (verschiet, verschoot, verschoten, verschoten)
    • verkleuren werkwoord (verkleur, verkleurt, verkleurde, verkleurden, verkleurd)
    • vaal worden werkwoord (word vaal, wordt vaal, werd vaal, werden vaal, vaal geworden)
  2. se faner (dessécher; se flétrir; se dessécher)
    verwelken; verkommeren; verdorren; verleppen
    • verwelken werkwoord (verwelk, verwelkt, verwelkte, verwelkten, verwelkt)
    • verkommeren werkwoord (verkommer, verkommert, verkommerde, verkommerden, verkommerd)
    • verdorren werkwoord (verdor, verdort, verdorde, verdorden, verdord)
    • verleppen werkwoord (verlep, verlept, verlepte, verlepten, verlept)
  3. se faner (décolorer; pâlir; ternir; déteindre)
    van kleur veranderen; verkleuren
  4. se faner (pâlir; blêmir)
    verbleken; bleek worden; wit worden
    • verbleken werkwoord (verbleek, verbleekt, verbleekte, verbleekten, verbleekt)
    • bleek worden werkwoord (word bleek, wordt bleek, werd bleek, werden bleek, bleek geworden)
    • wit worden werkwoord
  5. se faner (se flétrir)
    uitbloeien
    • uitbloeien werkwoord (bloei uit, bloeit uit, bloeide uit, bloeiden uit, uitgebloeid)
  6. se faner (décolorer; pâlir; estomper; )
    vervagen; verbleken; tanen
    • vervagen werkwoord (vervaag, vervaagt, vervaagde, vervaagden, vervaagd)
    • verbleken werkwoord (verbleek, verbleekt, verbleekte, verbleekten, verbleekt)
    • tanen werkwoord (taan, taant, taande, taanden, getaand)

Vertaal Matrix voor se faner:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bleek worden blêmir; pâlir; se faner blêmir; devenir blanc comme un linge; pâlir
tanen décolorer; déteindre; estomper; pâlir; se décolorer; se faner; se ternir; émousser amoindrir; baisser; diminuer; décliner; décroître; réduire; s'affaiblir; tanner
uitbloeien se faner; se flétrir
vaal worden décolorer; déteindre; pâlir; se décolorer; se faner
van kleur veranderen décolorer; déteindre; pâlir; se faner; ternir
verbleken blêmir; décolorer; déteindre; estomper; pâlir; se décolorer; se faner; se ternir; émousser
verdorren dessécher; se dessécher; se faner; se flétrir se dessécher; se déshydrater; se tarir; sécher; tarir
verkleuren décolorer; déteindre; pâlir; se décolorer; se faner; ternir
verkommeren dessécher; se dessécher; se faner; se flétrir délabrer; dépérir
verleppen dessécher; se dessécher; se faner; se flétrir
verschieten décolorer; déteindre; pâlir; se décolorer; se faner
vervagen décolorer; déteindre; estomper; pâlir; se décolorer; se faner; se ternir; émousser vague s'estomper
vervalen décolorer; déteindre; pâlir; se décolorer; se faner
verwelken dessécher; se dessécher; se faner; se flétrir
wit worden blêmir; pâlir; se faner blanchir; devenir blanc

Verwante vertalingen van se faner