Overzicht
Frans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. ressembler:
  2. ressembler à:
  3. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor ressembler (Frans) in het Nederlands

ressembler:

ressembler werkwoord (ressemble, ressembles, ressemblons, ressemblez, )

  1. ressembler (ressembler à)
    lijken op; gelijkenis vertonen met; gelijken
    • lijken op werkwoord (lijk op, lijkt op, leek op, leken op, geleken op)
    • gelijkenis vertonen met werkwoord (vertoon gelijkenis met, vertoont gelijkenis met, vertoonde gelijkenis met, vertoonden gelijkenis met, gelijkenis vertoond met)
    • gelijken werkwoord (gelijk, gelijkt, geleek, geleken, geleken)
  2. ressembler (avoir l'air de; apparaître; sembler; )
    er uitzien; ogen
    • er uitzien werkwoord
    • ogen werkwoord (oog, oogt, oogde, oogden, geoogd)

Conjugations for ressembler:

Présent
  1. ressemble
  2. ressembles
  3. ressemble
  4. ressemblons
  5. ressemblez
  6. ressemblent
imparfait
  1. ressemblais
  2. ressemblais
  3. ressemblait
  4. ressemblions
  5. ressembliez
  6. ressemblaient
passé simple
  1. ressemblai
  2. ressemblas
  3. ressembla
  4. ressemblâmes
  5. ressemblâtes
  6. ressemblèrent
futur simple
  1. ressemblerai
  2. ressembleras
  3. ressemblera
  4. ressemblerons
  5. ressemblerez
  6. ressembleront
subjonctif présent
  1. que je ressemble
  2. que tu ressembles
  3. qu'il ressemble
  4. que nous ressemblions
  5. que vous ressembliez
  6. qu'ils ressemblent
conditionnel présent
  1. ressemblerais
  2. ressemblerais
  3. ressemblerait
  4. ressemblerions
  5. ressembleriez
  6. ressembleraient
passé composé
  1. ai ressemblé
  2. as ressemblé
  3. a ressemblé
  4. avons ressemblé
  5. avez ressemblé
  6. ont ressemblé
divers
  1. ressemble!
  2. ressemblez!
  3. ressemblons!
  4. ressemblé
  5. ressemblant
1. je, 2. tu, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Vertaal Matrix voor ressembler:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gelijken ressemblance
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
er uitzien apparaître; avoir l'air; avoir l'air de; avoir l'aspect de; paraître; ressembler; s'avérer; se trouver; sembler; transparaître
gelijken ressembler; ressembler à
gelijkenis vertonen met ressembler; ressembler à
lijken op ressembler; ressembler à
ogen apparaître; avoir l'air; avoir l'air de; avoir l'aspect de; paraître; ressembler; s'avérer; se trouver; sembler; transparaître

Synoniemen voor "ressembler":


Wiktionary: ressembler

ressembler
verb
  1. Avoir du rapport, de la conformité avec quelqu’un, avec quelque chose. (Sens général).

Cross Translation:
FromToVia
ressembler lijken op look like — be similar in appearance, resemble
ressembler gelijken; lijken resemble — to be like or similar to something else

ressembler à:

ressembler à werkwoord

  1. ressembler à (ressembler)
    lijken op; gelijkenis vertonen met; gelijken
    • lijken op werkwoord (lijk op, lijkt op, leek op, leken op, geleken op)
    • gelijkenis vertonen met werkwoord (vertoon gelijkenis met, vertoont gelijkenis met, vertoonde gelijkenis met, vertoonden gelijkenis met, gelijkenis vertoond met)
    • gelijken werkwoord (gelijk, gelijkt, geleek, geleken, geleken)

Vertaal Matrix voor ressembler à:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gelijken ressemblance
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gelijken ressembler; ressembler à
gelijkenis vertonen met ressembler; ressembler à
lijken op ressembler; ressembler à

Verwante vertalingen van ressembler