Overzicht
Frans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. agent:
  2. Wiktionary:
Zweeds naar Frans:   Meer gegevens...
  1. agent:
  2. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor agent (Frans) in het Zweeds

agent:

agent [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. l'agent (agent de police; policier; représentant de la loi; gardien de la paix; gardien de l'ordre)
    polis; poliskonstapel
  2. l'agent (géniteur; auteur; procréateur)
    alstrare
  3. l'agent (agent secret; espion)
    polis spion
  4. l'agent
    agent
    • agent [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor agent:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
agent agent agent de vente; démarcheur; impresario; rabatteur; représentant
alstrare agent; auteur; géniteur; procréateur générateur
polis agent; agent de police; gardien de l'ordre; gardien de la paix; policier; représentant de la loi agent de police; flic; force publique; police; policier; poulet
polis spion agent; agent secret; espion
poliskonstapel agent; agent de police; gardien de l'ordre; gardien de la paix; policier; représentant de la loi
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
- téléopérateur

Synoniemen voor "agent":


Wiktionary: agent

agent
noun
  1. Celui, celle, ce qui agit.

Cross Translation:
FromToVia
agent agent agent — one who acts in place of another
agent handelsresande Handlungsreisenderaltmodischer Begriff für: Vertreter
agent agens AgensLinguistik; Plural 3: derjenige, der die vom Verb bezeichnete Handlung eines Satzes selbst ausführt, also der Handelnde. Diese häufige semantische Rolle kann etwa im deutschen Satz vom Subjekt ausgefüllt werden, von anderen Satzgliedern (häufig von Objekten mit den Präpositionen von, durch in Passivsätz

Verwante vertalingen van agent



Zweeds

Uitgebreide vertaling voor agent (Zweeds) in het Frans

agent:

agent [-en] zelfstandig naamwoord

  1. agent (ackvisitör; försäljare)
    le démarcheur; le rabatteur
  2. agent (manager)
    l'impresario
  3. agent (försäljare; representant)
    l'agent de vente; le représentant
  4. agent
    l'agent
    • agent [le ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor agent:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
agent agent alstrare; polis; polis spion; poliskonstapel
agent de vente agent; försäljare; representant
démarcheur ackvisitör; agent; försäljare försäljare
impresario agent; manager
rabatteur ackvisitör; agent; försäljare inkastare; kundfångare; rekryterare; runnare; värvare; värvare av sjömän eller rekryter
représentant agent; försäljare; representant ambassadör; delegat; envoyé; exponent; fullmäktig; försäljare; ombud; representant; sändebud

Synoniemen voor "agent":


Wiktionary: agent

agent
noun
  1. Celui, celle, ce qui agit.
  2. Celui, celle qui en représenter un autre, qui tenir sa place, qui recevoir de lui des pouvoirs pour agir en son nom.

Cross Translation:
FromToVia
agent agent agent — one who acts in place of another

Verwante vertalingen van agent