Overzicht
Frans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. bond:
  2. bondé:
  3. Wiktionary:


Frans

Uitgebreide vertaling voor bond (Frans) in het Zweeds

bond:

bond [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. le bond (saut en hauteur; saut)
    höjdhopp

Vertaal Matrix voor bond:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
höjdhopp bond; saut; saut en hauteur

Synoniemen voor "bond":


Wiktionary: bond


Cross Translation:
FromToVia
bond hopp; skutt bound — sizeable jump
bond hopp; språng leap — the act of leaping

bondé:

bondé bijvoeglijk naamwoord

  1. bondé (bourré; surchargé; comble; )
    proppfullt; proppfull
  2. bondé (bourré; archiplein; archicomble)
    prop full; trång full; prop fullt

Vertaal Matrix voor bondé:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
prop full archicomble; archiplein; bondé; bourré
prop fullt archicomble; archiplein; bondé; bourré
proppfull bondé; bourré; bourré de; comble; plein comme un oeuf; plein à craquer; surchargé
proppfullt bondé; bourré; bourré de; comble; plein comme un oeuf; plein à craquer; surchargé
trång full archicomble; archiplein; bondé; bourré

Synoniemen voor "bondé":


Verwante vertalingen van bond