Overzicht
Frans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. châssis:
  2. Wiktionary:
Zweeds naar Frans:   Meer gegevens...
  1. chassis:


Frans

Uitgebreide vertaling voor châssis (Frans) in het Zweeds

châssis:

châssis [le ~] zelfstandig naamwoord

  1. le châssis (cadre; carcasse; charpente; squelette)
    resning; konstruktion; stomme; skelett
  2. le châssis (base; pied; support)
    chassis
  3. le châssis (beau morceau)
    underbar människa
  4. le châssis (squelette; cadre; carcasse; )
    skal; chassi; ram; stomme; skelett
    • skal [-ett] zelfstandig naamwoord
    • chassi [-ett] zelfstandig naamwoord
    • ram [-en] zelfstandig naamwoord
    • stomme [-en] zelfstandig naamwoord
    • skelett [-ett] zelfstandig naamwoord
  5. le châssis (squelette; carcasse; charpente)
    stomme; ram; skelett; infattning
    • stomme [-en] zelfstandig naamwoord
    • ram [-en] zelfstandig naamwoord
    • skelett [-ett] zelfstandig naamwoord
    • infattning [-en] zelfstandig naamwoord
  6. le châssis (carrosserie)
    carroserie
  7. le châssis
    fönsterkarm

Vertaal Matrix voor châssis:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
carroserie carrosserie; châssis
chassi cadre; cadres; carcasse; charpente; châssis; encadrement; l'ossature; squelette
chassis base; châssis; pied; support
fönsterkarm châssis chambranle; encadrement
infattning carcasse; charpente; châssis; squelette
konstruktion cadre; carcasse; charpente; châssis; squelette application; arrangement; bâtiment; bâtisse; chantier; classement; composition; constitution; construction; fabrication; immeuble; mise; mise en ordre; ordre; secteur du bâtiment; structure; édification; édifice
ram cadre; cadres; carcasse; charpente; châssis; encadrement; l'ossature; squelette cadre; composition; constitution; constitutions; construction; encadrement; image; moulures; trame
resning cadre; carcasse; charpente; châssis; squelette agitation; insurrection; opposition; rébellion; résistance; révolte; émeute
skal cadre; cadres; carcasse; charpente; châssis; encadrement; l'ossature; squelette apparence; bogue; boîte; brou; carapace; carton; coque; coquille; cosse; couche; emballage; empaquetage; enveloppe; gousse; peau; pelure; écale; écorce
skelett cadre; cadres; carcasse; charpente; châssis; encadrement; l'ossature; squelette sac d'os; squelette
stomme cadre; cadres; carcasse; charpente; châssis; encadrement; l'ossature; squelette encadrement; moulures
underbar människa beau morceau; châssis

Synoniemen voor "châssis":


Wiktionary: châssis


Cross Translation:
FromToVia
châssis chassi Chassis — das Fahrgestell oder der Rahmen eines Fahrzeuges

Verwante vertalingen van châssis



Zweeds

Uitgebreide vertaling voor châssis (Zweeds) in het Frans

chassis:

chassis zelfstandig naamwoord

  1. chassis
    le châssis; le pied; le support; la base
    • châssis [le ~] zelfstandig naamwoord
    • pied [le ~] zelfstandig naamwoord
    • support [le ~] zelfstandig naamwoord
    • base [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor chassis:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
base chassis bas; botten; fabriksgolv; fundament; grund; grund tanken; grunddrag; grundval; hem hamnen; källare; skiss; struktur; underlag; underliggande struktur; utkast
châssis chassis carroserie; chassi; fönsterkarm; infattning; konstruktion; ram; resning; skal; skelett; stomme; underbar människa
pied chassis fot; trefot; trefotsstativ; tripod
support chassis assistans; bas; fundament; hjälp; kaross; medverkan; paus; startpunkt; stöd; stödblad; stötta; support; underlag; understruktur; understöd; uppmuntran; utgångspunkt; vila