Nederlands

Uitgebreide vertaling voor apathie (Nederlands) in het Duits

apathie:

apathie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de apathie
    die Apathie
    • Apathie [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor apathie:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Apathie apathie lauwheid; lusteloosheid; ongeanimeerdheid

Wiktionary: apathie

apathie
noun
  1. Teilnahmslosigkeit, Gleichgültigkeit gegenüber Umgebung

Cross Translation:
FromToVia
apathie Apathie apathy — lack of emotion or motivation
apathie Faible; Flauheit; Melancholie; Schwermut; Tiefsinn; Trübsinn; Wehmut; Strapaze; Abnahme; Apathie; Teilnahmslosigkeit; Leidenschaftslosigkeit; Gefühllosigkeit; Gleichgültigkeit abattementdiminution rapide, d’une durée plus ou moins longue, des forces physiques et des fonctions psychiques.
apathie Apathie; Teilnahmslosigkeit; Leidenschaftslosigkeit; Gefühllosigkeit; Gleichgültigkeit apathie — (vieilli) état d’une âme qui n’est susceptible d’aucune émotion.



Duits

Uitgebreide vertaling voor apathie (Duits) in het Nederlands

Apathie:

Apathie [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Apathie
    de apathie
    • apathie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  2. die Apathie (Unlust; Lustlosigkeit)
    de lusteloosheid; de lauwheid; ongeanimeerdheid

Vertaal Matrix voor Apathie:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
apathie Apathie
lauwheid Apathie; Lustlosigkeit; Unlust
lusteloosheid Apathie; Lustlosigkeit; Unlust
ongeanimeerdheid Apathie; Lustlosigkeit; Unlust

Synoniemen voor "Apathie":


Wiktionary: Apathie

Apathie
noun
  1. Teilnahmslosigkeit, Gleichgültigkeit gegenüber Umgebung

Cross Translation:
FromToVia
Apathie apathie apathy — lack of emotion or motivation
Apathie lusteloosheid; verveling ennui — listlessness, boredom
Apathie loomheid; slapheid; traagheid; vadsigheid; slapte; stilstand; droefgeestigheid; melancholie; zwaarmoedigheid; weemoed; bedroefdheid; mistroostigheid; somberheid; afmatting; matheid; moeheid; vermoeidheid; vermoeienis; consternatie; ontsteltenis; verbijstering; verslagenheid; aftrek; apathie; dofheid; lusteloosheid; wezenloosheid; moedeloosheid abattementdiminution rapide, d’une durée plus ou moins longue, des forces physiques et des fonctions psychiques.
Apathie apathie; dofheid; lusteloosheid; wezenloosheid apathie — (vieilli) état d’une âme qui n’est susceptible d’aucune émotion.