Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. banjeren:
  2. banjer:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor banjeren (Nederlands) in het Duits

banjeren:

banjeren werkwoord

  1. banjeren
    spazieren; spazierengehen; gehen; bummeln; wandeln; trödeln; schlendern
    • spazieren werkwoord (spaziere, spazierst, spaziert, spazierte, spaziertet, spaziert)
    • spazierengehen werkwoord
    • gehen werkwoord (gehe, gehst, geht, ging, gingt, gegangen)
    • bummeln werkwoord (bummele, bummelst, bummelt, bummelte, bummeltet, gebummelt)
    • wandeln werkwoord (bn, wandelst, wandelt, wandelte, wandeltet, gewandelt)
    • trödeln werkwoord (trödele, trödelst, trödelt, trödelte, trödeltet, getrödelt)
    • schlendern werkwoord (schlendere, schlenderst, schlendert, schlenderte, schlendertet, geschlendert)

Vertaal Matrix voor banjeren:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bummeln banjeren aan de zwier gaan; boemelen; de hort op gaan; gaan; kuieren; lanterfanten; lopen; luieren; lummelen; nietsdoen; niksen; rondhangen; rondlopen; rondslenteren; rondwandelen; slenteren; stappen; uitgaan; verbeuzelen; verknoeien; verlummelen; wandelen; zich voortbewegen
gehen banjeren de hort op gaan; functioneren; gaan; gaan staan; lopen; obsederen; omhoogrijzen; opstaan; rijzen; stappen; uitgaan; zich begeven; zich voortbewegen
schlendern banjeren drentelen; flaneren; kuieren; lopen; paraderen; rondlopen; rondslenteren; rondwandelen; slenteren; wandelen
spazieren banjeren drentelen; flaneren; gaan; kuieren; lopen; rondslenteren; slenteren; stappen; wandelen; zich voortbewegen
spazierengehen banjeren drentelen; flaneren; gaan; kuieren; lopen; rondslenteren; slenteren; stappen; wandelen; zich voortbewegen
trödeln banjeren dralen; drentelen; druilen; etteren; flaneren; griepen; klieren; lanterfanten; luieren; lummelen; miezeren; nietsdoen; niksen; rondhangen; sjokken; slenteren; talmen; teuten; treuzelen; voortsukkelen; zeiken
wandeln banjeren

Verwante woorden van "banjeren":


banjeren vorm van banjer:

banjer [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de banjer
    der Herumtreiber

Vertaal Matrix voor banjer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Herumtreiber banjer

Verwante woorden van "banjer":