Overzicht


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor boei (Nederlands) in het Duits

boei:

boei [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de boei (aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; keten; ketting; kluister)
    die Fessel; die Handschellen

Vertaal Matrix voor boei:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Fessel aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; boei; keten; ketting; kluister boeien; handboeien; handijzers; ketenen; kluisters; knevels
Handschellen aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; boei; keten; ketting; kluister handboeien; handijzers

Verwante woorden van "boei":


Wiktionary: boei

boei
noun
  1. een drijvend en verankerd voorwerp om de vaargeul in ondiepe wateren aan te geven

Cross Translation:
FromToVia
boei Boje buoy — nautical: a moored float

boei vorm van boeien:

boeien werkwoord (boei, boeit, boeide, boeiden, geboeid)

  1. boeien (fascineren; intrigeren)
    faszinieren; fesseln; intrigieren
    • faszinieren werkwoord (fasziniere, faszinierst, fasziniert, faszinierte, fasziniertet, fasziniert)
    • fesseln werkwoord (fessle, fesselst, fesselt, fesselte, fesseltet, gefesselt)
    • intrigieren werkwoord (intrigiere, intrigierst, intrigiert, intrigierte, intrigiertet, intrigiert)
  2. boeien (ketenen; binden; kluisteren)
    ketten; verketten; aneinanderreihen
    • ketten werkwoord (kette, kettest, kettet, kettete, kettetet, gekettet)
    • verketten werkwoord (verkette, verkettest, verkettet, verkettete, verkettetet, verkettet)
    • aneinanderreihen werkwoord
  3. boeien (aandacht vasthouden; gekluisterd zitten)
    Aufmerksamkeit festhalten; fesseln

Conjugations for boeien:

o.t.t.
  1. boei
  2. boeit
  3. boeit
  4. boeien
  5. boeien
  6. boeien
o.v.t.
  1. boeide
  2. boeide
  3. boeide
  4. boeiden
  5. boeiden
  6. boeiden
v.t.t.
  1. heb geboeid
  2. hebt geboeid
  3. heeft geboeid
  4. hebben geboeid
  5. hebben geboeid
  6. hebben geboeid
v.v.t.
  1. had geboeid
  2. had geboeid
  3. had geboeid
  4. hadden geboeid
  5. hadden geboeid
  6. hadden geboeid
o.t.t.t.
  1. zal boeien
  2. zult boeien
  3. zal boeien
  4. zullen boeien
  5. zullen boeien
  6. zullen boeien
o.v.t.t.
  1. zou boeien
  2. zou boeien
  3. zou boeien
  4. zouden boeien
  5. zouden boeien
  6. zouden boeien
en verder
  1. ben geboeid
  2. bent geboeid
  3. is geboeid
  4. zijn geboeid
  5. zijn geboeid
  6. zijn geboeid
diversen
  1. boei!
  2. boeit!
  3. geboeid
  4. boeiend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

boeien [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de boeien (handboeien; handijzers)
    die Fessel; die HAndschellen

Vertaal Matrix voor boeien:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Fessel boeien; handboeien; handijzers aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; boei; keten; ketenen; ketting; kluister; kluisters; knevels
HAndschellen boeien; handboeien; handijzers
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Aufmerksamkeit festhalten aandacht vasthouden; boeien; gekluisterd zitten
aneinanderreihen binden; boeien; ketenen; kluisteren aaneenschakelen; bijeen voegen; combineren; een combinatie maken; koppelen; samenkoppelen; samenvoegen; verbinden
faszinieren boeien; fascineren; intrigeren obsederen
fesseln aandacht vasthouden; boeien; fascineren; gekluisterd zitten; intrigeren aanhouden; arresteren; buitmaken; gevangennemen; in hechtenis nemen; inrekenen; obsederen; oppakken; vangen; vastbinden; vastketenen; vastkluisteren; vastleggen; vastsjorren; vatten
intrigieren boeien; fascineren; intrigeren intrigeren; konkelen; kuipen; obsederen
ketten binden; boeien; ketenen; kluisteren aaneenschakelen; in de val laten lopen; koppelen; samenvoegen; strikken; vastketenen; vastkluisteren; vastleggen; verbinden
verketten binden; boeien; ketenen; kluisteren aaneenschakelen; bijeen voegen; combineren; ineenvlechten; koppelen; samenkoppelen; samenvoegen; verbinden; vervlechten; verweven
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
intrigieren intrigerend

Verwante woorden van "boeien":


Wiktionary: boeien

boeien
verb
  1. kluisteren
  2. fascineren
boeien
verb
  1. jemanden stark beeindrucken, für sich einnehmen
  2. jemanden (an etwas) festbinden und damit bewegungsunfähig machen
  3. fesselnde Wirkung haben

Cross Translation:
FromToVia
boeien Fußschellen fetter — object used to bind a person or animal by its legs
boeien Handschellen shackles — paired wrist or ankle restraints