Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. branieschopper:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor branieschopper (Nederlands) in het Duits

branieschopper:

branieschopper [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de branieschopper (haantje)
    der Angeber; der Wagemut; die Windmacherei; der Wagehals; der Draufgämger

Vertaal Matrix voor branieschopper:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Angeber branieschopper; haantje bluffer; bluffers; charlatan; dikdoener; dikdoeners; druktemaker; gladjanus; gluiperd; grootspreker; hol vat; kwakzalver; leeg vat; opschepper; opscheppers; opsnijder; opsnijders; pocher; pochers; praatjesmakers; snoever; snoevers; windbuil; windbuilen; wonderdokter; zenuwlijder
Draufgämger branieschopper; haantje
Wagehals branieschopper; haantje houwdegen; ijzervreter; sabreur
Wagemut branieschopper; haantje durf; gewaagdheid; lef; moed; ondernemingslust
Windmacherei branieschopper; haantje branie; dikdoenerij; gebluf; gebral; gepoch; gepraal; grootspraak; opschepperij; praalzucht; snoeverij

Verwante woorden van "branieschopper":

  • branieschoppers, branieschoppertje