Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. geklemd:
  2. klemmen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor geklemd (Nederlands) in het Duits

geklemd:

geklemd bijvoeglijk naamwoord

  1. geklemd (beklemd)
    eingeklemmt; bange; bedrängt; beklemmt

Vertaal Matrix voor geklemd:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bange beklemd; geklemd beducht; beklemmend; benauwend
bedrängt beklemd; geklemd bedompt; beklemd; beklemmend; bekneld; benard; benauwd; benauwend; drukkend; ernstig; hachelijk; klemgereden; klemgezet; kritiek; muf; penibel; zorgelijk; zorgwekkend
beklemmt beklemd; geklemd bedompt; beklemmend; benauwd; benauwend; drukkend; muf
eingeklemmt beklemd; geklemd beklemd; bekneld; klemgereden; klemgezet

klemmen:

klemmen werkwoord (klem, klemt, klemde, klemden, geklemd)

  1. klemmen (omklemmen; knellen)
    klammern; umklammern; zwängen
    • klammern werkwoord (klammere, klammerst, klammert, klammerte, klammertet, geklammert)
    • umklammern werkwoord (umklammere, umklammerst, umklammert, umklammerte, umklammertet, umklammert)
    • zwängen werkwoord (zwänge, zwängst, zwängt, zwängte, zwängtet, gezwängt)

Conjugations for klemmen:

o.t.t.
  1. klem
  2. klemt
  3. klemt
  4. klemmen
  5. klemmen
  6. klemmen
o.v.t.
  1. klemde
  2. klemde
  3. klemde
  4. klemden
  5. klemden
  6. klemden
v.t.t.
  1. heb geklemd
  2. hebt geklemd
  3. heeft geklemd
  4. hebben geklemd
  5. hebben geklemd
  6. hebben geklemd
v.v.t.
  1. had geklemd
  2. had geklemd
  3. had geklemd
  4. hadden geklemd
  5. hadden geklemd
  6. hadden geklemd
o.t.t.t.
  1. zal klemmen
  2. zult klemmen
  3. zal klemmen
  4. zullen klemmen
  5. zullen klemmen
  6. zullen klemmen
o.v.t.t.
  1. zou klemmen
  2. zou klemmen
  3. zou klemmen
  4. zouden klemmen
  5. zouden klemmen
  6. zouden klemmen
en verder
  1. is geklemd
diversen
  1. klem!
  2. klemt!
  3. geklemd
  4. klemmend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor klemmen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
klammern hechting; vasthechting
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
klammern klemmen; knellen; omklemmen aanhechten; bevestigen; hechten; klampen; klinken; vastklinken; vastnaaien
umklammern klemmen; knellen; omklemmen
zwängen klemmen; knellen; omklemmen dwingen; dwingen te doen

Verwante woorden van "klemmen":


Wiktionary: klemmen


Cross Translation:
FromToVia
klemmen drücken; quetschen; pressen squeeze — to apply pressure to from two or more sides at once
klemmen kneifen; zwicken pincerserrer fortement avec une pince, avec des tenailles ou autres instruments semblables.