Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. misgaan:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor misgaan (Nederlands) in het Duits

misgaan:

misgaan werkwoord (ga mis, gaat mis, ging mis, gingen mis, mis gegaan)

  1. misgaan (mislukken; falen; verkeerd lopen; )
    mißlingen; fehlschlagen; abgehen; scheitern; schiefgehen; irren; mißraten; auffliegen; danebengehen
    • mißlingen werkwoord (mißlinge, mißlingst, mißlingt, mißlang, mißlangt, mißlungen)
    • fehlschlagen werkwoord (schlage fehl, schlägst fehl, schlägt fehl, schlug fehl, schlugt fehl, fehlgeschlagen)
    • abgehen werkwoord (gehe ab, gehst ab, geht ab, ging ab, ginget ab, abgegangen)
    • scheitern werkwoord (scheitere, scheiterst, scheitert, scheiterte, scheitertet, gescheitert)
    • schiefgehen werkwoord (geh schief, gehst schief, geht schief, ging schief, gingt schief, schiefgegangen)
    • irren werkwoord (irre, irrst, irrt, irrte, irrtet, geirrt)
    • mißraten werkwoord (mißrate, mißrätst, mißrät, mißriet, mißrietet, mißraten)
    • auffliegen werkwoord (fliege auf, fliegst auf, fliegt auf, flog auf, floget auf, aufgeflogen)
    • danebengehen werkwoord

Conjugations for misgaan:

o.t.t.
  1. ga mis
  2. gaat mis
  3. gaat mis
  4. gaan mis
  5. gaan mis
  6. gaan mis
o.v.t.
  1. ging mis
  2. ging mis
  3. ging mis
  4. gingen mis
  5. gingen mis
  6. gingen mis
v.t.t.
  1. ben mis gegaan
  2. bent mis gegaan
  3. is mis gegaan
  4. zijn mis gegaan
  5. zijn mis gegaan
  6. zijn mis gegaan
v.v.t.
  1. was mis gegaan
  2. was mis gegaan
  3. was mis gegaan
  4. waren mis gegaan
  5. waren mis gegaan
  6. waren mis gegaan
o.t.t.t.
  1. zal misgaan
  2. zult misgaan
  3. zal misgaan
  4. zullen misgaan
  5. zullen misgaan
  6. zullen misgaan
o.v.t.t.
  1. zou misgaan
  2. zou misgaan
  3. zou misgaan
  4. zouden misgaan
  5. zouden misgaan
  6. zouden misgaan
diversen
  1. ga mis!
  2. gaat mis!
  3. mis gegaan
  4. misgaand
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor misgaan:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
abgehen afgaan; falen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; verkeerd lopen eraf gaan
auffliegen afgaan; falen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; verkeerd lopen openvliegen; opvliegen; opwaarts vliegen
danebengehen afgaan; falen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; verkeerd lopen
fehlschlagen afgaan; falen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; verkeerd lopen ketsen
irren afgaan; falen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; verkeerd lopen dolen; omzwerven; ronddwalen; waren; zwerven
mißlingen afgaan; falen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; verkeerd lopen
mißraten afgaan; falen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; verkeerd lopen
scheitern afgaan; falen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; verkeerd lopen averij oplopen; ten onder gaan; vergaan
schiefgehen afgaan; falen; floppen; in de puree lopen; misgaan; mislopen; mislukken; stranden; verkeerd lopen de weg kwijtraken; scheef gaan; verdwalen; verkeerd aflopen; verkeerd gaan; verkeerd lopen; verongelukken

Wiktionary: misgaan

misgaan
verb
  1. (ergatief) op een verkeerde manier aflopen