Nederlands

Uitgebreide vertaling voor nakomend (Nederlands) in het Duits

nakomend:

nakomend bijvoeglijk naamwoord

  1. nakomend
    später; folgend

Vertaal Matrix voor nakomend:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
folgend nakomend komend; resulterend; volgend
später nakomend later; naderhand; straks; vervolgens; zometeen

nakomen:

nakomen werkwoord (kom na, komt na, kwam na, kwamen na, nagekomen)

  1. nakomen
    nachkommen
    • nachkommen werkwoord (komme nach, kommst nach, kommt nach, kam nach, kamt nach, nachgekommen)

Conjugations for nakomen:

o.t.t.
  1. kom na
  2. komt na
  3. komt na
  4. komen na
  5. komen na
  6. komen na
o.v.t.
  1. kwam na
  2. kwam na
  3. kwam na
  4. kwamen na
  5. kwamen na
  6. kwamen na
v.t.t.
  1. ben nagekomen
  2. bent nagekomen
  3. is nagekomen
  4. zijn nagekomen
  5. zijn nagekomen
  6. zijn nagekomen
v.v.t.
  1. was nagekomen
  2. was nagekomen
  3. was nagekomen
  4. waren nagekomen
  5. waren nagekomen
  6. waren nagekomen
o.t.t.t.
  1. zal nakomen
  2. zult nakomen
  3. zal nakomen
  4. zullen nakomen
  5. zullen nakomen
  6. zullen nakomen
o.v.t.t.
  1. zou nakomen
  2. zou nakomen
  3. zou nakomen
  4. zouden nakomen
  5. zouden nakomen
  6. zouden nakomen
diversen
  1. kom na!
  2. komt na!
  3. nagekomen
  4. nakomend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor nakomen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
nachkommen nakomen achteraankomen; achternagaan; achternalopen; gehoorzamen; gevolg geven aan; later komen; luisteren; nalopen; navolgen; opvolgen; volgen