Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. ontsteldheid:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor ontsteldheid (Nederlands) in het Duits

ontsteldheid:

ontsteldheid [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. ontsteldheid (verbouwereerdheid; verbijstering)
    die Verwirrung; die Bestürzung; die Entsetzung

Vertaal Matrix voor ontsteldheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Bestürzung ontsteldheid; verbijstering; verbouwereerdheid ontsteltenissen; schrik; verbijstering
Entsetzung ontsteldheid; verbijstering; verbouwereerdheid ontsteltenissen
Verwirrung ontsteldheid; verbijstering; verbouwereerdheid chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; verwardheid; verwarring; wanorde; wanordelijkheid; zootje