Nederlands

Uitgebreide vertaling voor ordinair (Nederlands) in het Duits

ordinair:

ordinair bijvoeglijk naamwoord

  1. ordinair (niets bijzonders; alledaags; gewoon; eenvoudig)
    gewöhnlich; alltäglich; gängig; ordinär; trivial
  2. ordinair (vulgair; grof; platvloers; plat)
    platt; ordinär; schäbig; vulgär; gewöhnlich; banal; schofel

Vertaal Matrix voor ordinair:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
alltäglich alledaags; eenvoudig; gewoon; niets bijzonders; ordinair alledaagse; courant; gangbaar; gebruikelijk; gemeen; gewoon; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; normaal; onedel
banal grof; ordinair; plat; platvloers; vulgair banaal; gemeen; grof; in geringe mate; klein; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; lomp; niet hoog; onedel; plat; platvloers; schunnig; triviaal; vunzig
gewöhnlich alledaags; eenvoudig; gewoon; grof; niets bijzonders; ordinair; plat; platvloers; vulgair algemeen; courant; doorgaans; eenvoudig; futiel; gangbaar; gebruikelijk; gemeenlijk; geregeld; gewoon; gewoonlijk; gewoontegetrouw; in een handomdraai; licht; lichtwegend; meestal; merendeels; moeiteloos; natuurlijk; nietsbetekenend; nietszeggend; normaal; normaliter; onbeduidend; onbelangrijk; onbenullig; onbetekenend; ongekunsteld; op vaste tijden; over het algemeen; regelmatig; regulier; triviaal; vanzelf; weinigzeggend; zonder moeite; zonder pretenties
gängig alledaags; eenvoudig; gewoon; niets bijzonders; ordinair courant; doodgewoon; gangbaar; gebruikelijk; gemeen; gewend; gewoon; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; normaal; onedel
ordinär alledaags; eenvoudig; gewoon; grof; niets bijzonders; ordinair; plat; platvloers; vulgair plat; volks
platt grof; ordinair; plat; platvloers; vulgair banaal; effen; egaal; gelijk; geslepen; geëgaliseerd; glad; grof; laag; laag-bij-de-grond; lomp; plat; platvloers; ploertig; schunnig; strak; triviaal; vlak; vlakuit; volks; vuig; vunzig
schofel grof; ordinair; plat; platvloers; vulgair banaal; bedriegelijk; dor; gefingeerd; grof; honend; hooghartig; laag; laag-bij-de-grond; lomp; minachtend; nagemaakt; niet hoog; ondermaats; onecht; onvolgroeid; onwaar; plat; platvloers; ploertig; schraal; schunnig; smalend; spottend; triviaal; vals; vunzig
schäbig grof; ordinair; plat; platvloers; vulgair aan lager wal; arm; armoedig; armzalig; banaal; bedriegelijk; berooid; dor; flodderig; gefingeerd; grof; haveloos; hokkerig; inferieur; karig; laag; laag-bij-de-grond; lomp; mager; minderwaardig; nagemaakt; niet hoog; ondermaats; ondeugdelijk; onecht; onvolgroeid; onwaar; plat; platvloers; ploertig; pover; schamel; schraal; schunnig; sjofel; sjofeltjes; slecht; triviaal; tweederangs; vals; verachtelijk; verlopen; vunzig; zwak
trivial alledaags; eenvoudig; gewoon; niets bijzonders; ordinair banaal; futiel; grof; laag; laag-bij-de-grond; lomp; niet hoog; nietsbetekenend; nietszeggend; onbeduidend; onbelangrijk; onbenullig; onbetekenend; plat; platvloers; ploertig; schunnig; triviaal; vuig; vunzig; weinigzeggend
vulgär grof; ordinair; plat; platvloers; vulgair plat; volks

Verwante woorden van "ordinair":

  • ordinaire

Wiktionary: ordinair

ordinair
adjective
  1. gewoon, alledaags, normaal

Cross Translation:
FromToVia
ordinair knallig; grell; protzig; kitschig gaudy — very showy or ornamented
ordinair vulgär; unfein; ungebildet; unanständig; ungehobelt; vulgärsprachlich vulgar — obscene
ordinair allgemein; ordinär; vulgär; vulgärsprachlich; Volks-; volkstümlich; gemein; gewöhnlich vulgar — having to do with common people