Nederlands

Uitgebreide vertaling voor rarigheid (Nederlands) in het Duits

rarigheid:

rarigheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de rarigheid (tic; aanwensel)
    der Tick; die Macke; der Tic
    • Tick [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Macke [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Tic [der ~] zelfstandig naamwoord
  2. de rarigheid (vreemdsoortigheid)
    die Eigenart; die Sonderbarkeit; die Eigentümlichkeit; die Seltsamkeit; die Merkwürdigkeit; die Fremdartigkeit

Vertaal Matrix voor rarigheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Eigenart rarigheid; vreemdsoortigheid bijzonderheid; detail; eigenschap; karakterisering; karakteristiek; karaktertrekje; kenmerk; trekje; typering
Eigentümlichkeit rarigheid; vreemdsoortigheid bijzondere geaardheid; eigenaardige; eigenaardigheid; hebbelijkheid; merkwaardigheid; rare; vreemdsoortigheid; zonderling
Fremdartigkeit rarigheid; vreemdsoortigheid vreemdheid
Macke aanwensel; rarigheid; tic
Merkwürdigkeit rarigheid; vreemdsoortigheid
Seltsamkeit rarigheid; vreemdsoortigheid merkwaardig ding; merkwaardigheid
Sonderbarkeit rarigheid; vreemdsoortigheid bijzonderheid; detail; merkwaardig ding; merkwaardigheid
Tic aanwensel; rarigheid; tic
Tick aanwensel; rarigheid; tic

Verwante woorden van "rarigheid":

  • rarigheden