Nederlands

Uitgebreide vertaling voor uitvoerigheid (Nederlands) in het Duits

uitvoerigheid:

uitvoerigheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de uitvoerigheid (breedvoerigheid; omstandigheid; breedsprakigheid)
    die Ausführlichkeit

Vertaal Matrix voor uitvoerigheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Ausführlichkeit ampelheid; breedsprakigheid; breedvoerigheid; omstandigheid; uitgebreidheid; uitvoerigheid langdradigheid

Verwante woorden van "uitvoerigheid":


uitvoerig:

uitvoerig bijvoeglijk naamwoord

  1. uitvoerig (wijdlopig; uitgebreid; omslachtig; )
    ausführlich; weitläufig
  2. uitvoerig (veelomvattend; grootschalig; groots; grootscheeps)
    grossartig; grosszügig
  3. uitvoerig (ampel; uitgebreid; omstandig; breedvoerig)
    reichlich; geräumig; groß; großzügig; weitläufig; in reichem Maße

Vertaal Matrix voor uitvoerig:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
groß groots; grootschalig; reuze
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ausführlich breedsprakig; breedvoerig; langdradig; omslachtig; omstandig; uitgebreid; uitvoerig; wijdlopig accuraat; gedetailleerd; in details; minutieus; nauwgezet; nauwkeurig; precies; secuur; uitgewerkt; zorgvuldig
geräumig ampel; breedvoerig; omstandig; uitgebreid; uitvoerig in details; ruim opgezette; uitgewerkt
grossartig groots; grootschalig; grootscheeps; uitvoerig; veelomvattend geweldig; ruim; weids
grosszügig groots; grootschalig; grootscheeps; uitvoerig; veelomvattend
groß ampel; breedvoerig; omstandig; uitgebreid; uitvoerig driedubbel; driemaal zo groot; drievoudig; enorm; flink; fors; gigantisch; groot; groots; heel erg; immens; in details; in zeer hoge mate; kolossaal; lang; potig; reusachtig; reuze; rijzig; stevig; uitgewerkt; weids; zeer groot
großzügig ampel; breedvoerig; omstandig; uitgebreid; uitvoerig edel; edelmoedig; fier; flink; genereus; glorieus; goedaardig; goedgeefs; goedhartig; goedig; goedmoedig; goeiig; grootmoedig; groots; gul; in details; kwistig; liberaal; mild; nobel; prat; prinsheerlijk; royaal; ruimdenkend; ruimhartig; scheutig; spilziek; trots; uitgewerkt; verkwistend; vrijgevig; vrijzinnig; zachtaardig; zachtmoedig; zachtzinnig
in reichem Maße ampel; breedvoerig; omstandig; uitgebreid; uitvoerig overvloedig; rijkelijk; royaal; ruimschoots; scheutig
reichlich ampel; breedvoerig; omstandig; uitgebreid; uitvoerig copieus; in details; onbekrompen; overvloedig; rijkelijk; royaal; ruimschoots; scheutig; uitgewerkt
weitläufig ampel; breedsprakig; breedvoerig; langdradig; omslachtig; omstandig; uitgebreid; uitvoerig; wijdlopig in details; lang en smal; langgerekt; uitgestrekt; uitgewerkt

Verwante woorden van "uitvoerig":

  • uitvoerigheid, uitvoeriger, uitvoerigere, uitvoerigst, uitvoerigste, uitvoerige

Antoniemen van "uitvoerig":


Verwante definities voor "uitvoerig":

  1. met alle bijzonderheden erbij1
    • hij vertelde uitvoerig hoe het gegaan was1