Nederlands

Uitgebreide vertaling voor verzorgd (Nederlands) in het Duits

verzorgd:

verzorgd bijvoeglijk naamwoord

  1. verzorgd (onderhouden)
    versorgt; unterhalten; gutgepflegt

Vertaal Matrix voor verzorgd:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
unterhalten aanstaan; amuseren; believen; bezet zijn; bezig houden; financieel steunen; genieten; genot hebben van; goeddunken; iemand amuseren; in gesprek zijn; onderhouden; vermaken; zich bezighouden met
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gutgepflegt onderhouden; verzorgd
unterhalten onderhouden; verzorgd
versorgt onderhouden; verzorgd

Verwante woorden van "verzorgd":

  • verzorgdheid

Wiktionary: verzorgd

verzorgd
adjective
  1. für jemandes Auftreten oder die Behandlung die jemandem/etwas widerfährt: sorgfältig, ordentlich, den Erfordernissen reichlich entsprechend
  2. (umgangssprachlich) anständig; löblich
  3. ordentlich

verzorgen:

verzorgen werkwoord (verzorg, verzorgt, verzorgde, verzorgden, verzorgd)

  1. verzorgen (zorgen voor iets; zorgen voor)
    versorgen; für etwas sorgen; sorgen; pflegen; verpflegen
    • versorgen werkwoord (versorge, versorgst, versorgt, versorgte, versorgtet, versorgt)
    • für etwas sorgen werkwoord
    • sorgen werkwoord (sorge, sorgst, sorgt, sorgte, sorgtet, gesorgt)
    • pflegen werkwoord (pflege, pflegst, pflegt, pflegte, pflegtet, gepflegt)
    • verpflegen werkwoord (verpflege, verpflegst, verpflegt, verpflegte, verpflegtet, verpflegt)
  2. verzorgen (behandelen)
    behandeln; versorgen
    • behandeln werkwoord (behandele, behandelst, behandelt, behandelte, behandeltet, behandelt)
    • versorgen werkwoord (versorge, versorgst, versorgt, versorgte, versorgtet, versorgt)
  3. verzorgen (verplegen)
    verpflegen; versorgen; pflegen
    • verpflegen werkwoord (verpflege, verpflegst, verpflegt, verpflegte, verpflegtet, verpflegt)
    • versorgen werkwoord (versorge, versorgst, versorgt, versorgte, versorgtet, versorgt)
    • pflegen werkwoord (pflege, pflegst, pflegt, pflegte, pflegtet, gepflegt)
  4. verzorgen (zorgen voor iemand)
    versorgen; Sorge tragen für jemanden; pflegen

Conjugations for verzorgen:

o.t.t.
  1. verzorg
  2. verzorgt
  3. verzorgt
  4. verzorgen
  5. verzorgen
  6. verzorgen
o.v.t.
  1. verzorgde
  2. verzorgde
  3. verzorgde
  4. verzorgden
  5. verzorgden
  6. verzorgden
v.t.t.
  1. heb verzorgd
  2. hebt verzorgd
  3. heeft verzorgd
  4. hebben verzorgd
  5. hebben verzorgd
  6. hebben verzorgd
v.v.t.
  1. had verzorgd
  2. had verzorgd
  3. had verzorgd
  4. hadden verzorgd
  5. hadden verzorgd
  6. hadden verzorgd
o.t.t.t.
  1. zal verzorgen
  2. zult verzorgen
  3. zal verzorgen
  4. zullen verzorgen
  5. zullen verzorgen
  6. zullen verzorgen
o.v.t.t.
  1. zou verzorgen
  2. zou verzorgen
  3. zou verzorgen
  4. zouden verzorgen
  5. zouden verzorgen
  6. zouden verzorgen
diversen
  1. verzorg!
  2. verzorgt!
  3. verzorgd
  4. verzorgend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor verzorgen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Sorge tragen für jemanden verzorgen; zorgen voor iemand
behandeln behandelen; verzorgen behandelen; bejegenen; onder behandeling nemen
für etwas sorgen verzorgen; zorgen voor; zorgen voor iets
pflegen verplegen; verzorgen; zorgen voor; zorgen voor iemand; zorgen voor iets begaan; bekommeren; per ongeluk doen; plegen; zich zorgen maken
sorgen verzorgen; zorgen voor; zorgen voor iets beangstigen; bekommeren; benauwen; bezorgd zijn; leiden tot iets; zich zorgen maken; zorg dragen; zorgen
verpflegen verplegen; verzorgen; zorgen voor; zorgen voor iets azen; bekommeren; eten geven; prooizoeken; spijzigen; te eten geven; voeden; voederen; voeren; zich zorgen maken
versorgen behandelen; verplegen; verzorgen; zorgen voor; zorgen voor iemand; zorgen voor iets bekommeren; door zorgen bederven; financieel steunen; leiden tot iets; onderhouden; zich zorgen maken; zorgen

Antoniemen van "verzorgen":


Verwante definities voor "verzorgen":

  1. ervoor zorgen dat het in orde komt1
    • wie verzorgt de muziek op dat feest?1
  2. ervoor zorgen dat hij krijgt wat nodig is1
    • de zieke wordt goed verzorgd1

Wiktionary: verzorgen

verzorgen
verb
  1. (overgankelijk) erop toezien dat een persoon of een dier het nodige verkrijgt
verzorgen
  1. über etwas verfügen
  2. zum Zweck der Erhaltung bzw. Verbesserung eines Zustandes behandeln
  3. etwas so behandeln, dass es in einem Zustand bleibt, der als gut oder in Ordnung bezeichnet werden kann
verb
  1. (transitiv) jemanden ernähren, unterhalten
  2. (transitiv) etwas bewahren
  3. (transitiv) sich um das Wohl von jemandem oder etwas bemühen
  4. (transitiv) jemandem oder einer Sache Nötiges zuführen
  5. (transitiv) technische Apparate pflegen und eventuell regelmäßig reparieren

Cross Translation:
FromToVia
verzorgen artikulieren articulate — to speak clearly
verzorgen pflegen; kultivieren cultivate — nurture
verzorgen kümmern; pflegen look after — to watch, to protect
verzorgen erziehen nursery — The act of nursing
verzorgen versorgen; behandeln; heilen; kurieren; pflegen; warten soigneravoir soin de quelqu’un ou de quelque chose.