Nederlands

Uitgebreide vertaling voor bijkomstigheid (Nederlands) in het Engels

bijkomstigheid:

bijkomstigheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de bijkomstigheid
    the accidental circumstance; the unforseen circumstance

Vertaal Matrix voor bijkomstigheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
accidental circumstance bijkomstigheid
unforseen circumstance bijkomstigheid

Verwante woorden van "bijkomstigheid":


Wiktionary: bijkomstigheid


Cross Translation:
FromToVia
bijkomstigheid appendage; appendix; addition; adjunct; supplement; accessory; side-issue; appurtenance appendice — Ce qui semble appendre, ajouter à une autre chose. On trouve plus rarement son synonyme : appendage.

bijkomstig:

bijkomstig bijvoeglijk naamwoord

  1. bijkomstig (ondergeschikt; inferieur; onderhorig; onderworpen)
    subordinate; inferior; secondary; minor

Vertaal Matrix voor bijkomstig:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
inferior inferieur; mindere; ondergeschikte
minor minderjarige; onmondige
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
inferior bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen arm; incapabel; incompetent; inferieur; klein; minderwaardig; onbekwaam; ondermaats; ondeugdelijk; ongeschikt; slecht; tweederangs; van geringe afmeting; zwak
minor bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen gering; luttel; miniem; minimaal; minste; minuscuul; weinig; zeer klein
secondary bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen middelbaar; secondair; secundair
subordinate bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen subaltern

Verwante woorden van "bijkomstig":


Wiktionary: bijkomstig

bijkomstig
adjective
  1. een andere zaak dan de hoofdzaak aanduidend
bijkomstig
adjective
  1. aside from the main subject; tangential, subordinate, ancillary

Cross Translation:
FromToVia
bijkomstig accessory; secondary; adventitious; adjunct; ancillary; appurtenant accessoire — Qui n’regarder que comme la suite, l’accompagnement ou la dépendance de quelque chose de principal.
bijkomstig accidental; fortuitous accidentel — Qui arrive par accident.
bijkomstig auxiliary; ancillary; beneficial; helpful; subsidiary; support; helping; adventitious; adjunct; appurtenant auxiliaire — à classer
bijkomstig accessory; secondary; adventitious; adjunct; ancillary; appurtenant secondaire — Qui est accessoire, qui ne venir qu’en second.