Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. pion:
  2. Wiktionary:
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. pion:
    • Wiktionary:
      pion → pion
      pion → pion
    • Synoniemen voor "pion":
      pi-meson; meson; mesotron


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor pion (Nederlands) in het Engels

pion:

pion [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de pion
    the pawn
    • pawn [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor pion:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
pawn pion
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
pawn belenen; panden; verpanden; verpatsen

Verwante woorden van "pion":

  • pionnen, pions

Wiktionary: pion

pion
noun
  1. een schaakstuk dat alleen recht vooruit kan lopen en schuin vooruit slaan
  2. een subatomair deeltje dat bestaat uit twee quarks en dus een boson is
pion
noun
  1. piece in board games
  2. chess piece
  3. someone who is being manipulated
  4. object played in a board game
  5. particle
  6. piece of hard material used in board games

Cross Translation:
FromToVia
pion pawn Bauer — schwächste der Schachfiguren
pion pawn; man; counter pion — Pièce de jeu d’échecs
pion pion pion — physique|fr particule du type méson.



Engels

Uitgebreide vertaling voor pion (Engels) in het Nederlands

pion:


Vertaal Matrix voor pion:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- pi-meson

Synoniemen voor "pion":

  • pi-meson; meson; mesotron

Verwante definities voor "pion":

  1. a meson involved in holding the nucleus together; produced as the result of high-energy particle collision1

Wiktionary: pion

pion
noun
  1. particle
pion
noun
  1. een subatomair deeltje dat bestaat uit twee quarks en dus een boson is

Cross Translation:
FromToVia
pion pion pion — physique|fr particule du type méson.