Overzicht


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor beperktheid (Nederlands) in het Engels

beperktheid:

beperktheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de beperktheid (eenzijdigheid)
    the limitation; the narrowness; the prejudice; the smallness; the preconceived opinion; the narrow mindedness; the little-mindedness

Vertaal Matrix voor beperktheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
limitation beperktheid; eenzijdigheid beperking; restrictie
little-mindedness beperktheid; eenzijdigheid
narrow mindedness beperktheid; eenzijdigheid benepenheid; burgerlijkheid; engdenkendheid; engheid
narrowness beperktheid; eenzijdigheid engte; smalheid; smalte
preconceived opinion beperktheid; eenzijdigheid vooringenomenheid; vooroordeel
prejudice beperktheid; eenzijdigheid partijdigheid; vooringenomenheid; vooroordeel
smallness beperktheid; eenzijdigheid benepenheid; burgerlijkheid; kleinheid

Verwante woorden van "beperktheid":


beperkt:

beperkt bijvoeglijk naamwoord

  1. beperkt (begrensd)
    limited; finite; bordered
  2. beperkt (gelimiteerd; geborneerd)
    limited

Vertaal Matrix voor beperkt:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bordered begrensd; beperkt ingesloten; omsingeld
finite begrensd; beperkt aan een kant beschrijfbaar; eenzijdig
limited begrensd; beperkt; geborneerd; gelimiteerd aan een kant beschrijfbaar; eenzijdig

Verwante woorden van "beperkt":


Wiktionary: beperkt

beperkt
adjective
  1. verminderd, met specifieke grenzen
beperkt