Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. bravoure:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor bravoure (Nederlands) in het Engels

bravoure:

bravoure [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de bravoure (grootspraak; gebluf)
    the boasting; the bluffing; the bravura
    • boasting [the ~] zelfstandig naamwoord
    • bluffing [the ~] zelfstandig naamwoord
    • bravura [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor bravoure:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bluffing bravoure; gebluf; grootspraak
boasting bravoure; gebluf; grootspraak bluf; branie; dikdoenerij; gebluf; gebral; gepoch; grootspraak; opschepperij; snoeverij
bravura bravoure; gebluf; grootspraak
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
boasting brallerig; grootsprakerig; opschepperig; pocherig; snoevend

Wiktionary: bravoure

bravoure
noun
  1. excellence in quality or appearance