Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. gestanst:
  2. stansen:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gestanst (Nederlands) in het Engels

gestanst:

gestanst bijvoeglijk naamwoord

  1. gestanst (geponst)
    punched

Vertaal Matrix voor gestanst:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
punched geponst; gestanst

stansen:

stansen werkwoord (stans, stanst, stanste, stansten, gestanst)

  1. stansen (ponsen; doorponsen)
    to die-cut; to punch
    • die-cut werkwoord (die-cuts, died-cut, dying-cut)
    • punch werkwoord (punches, punched, punching)

Conjugations for stansen:

o.t.t.
  1. stans
  2. stanst
  3. stanst
  4. stansen
  5. stansen
  6. stansen
o.v.t.
  1. stanste
  2. stanste
  3. stanste
  4. stansten
  5. stansten
  6. stansten
v.t.t.
  1. heb gestanst
  2. hebt gestanst
  3. heeft gestanst
  4. hebben gestanst
  5. hebben gestanst
  6. hebben gestanst
v.v.t.
  1. had gestanst
  2. had gestanst
  3. had gestanst
  4. hadden gestanst
  5. hadden gestanst
  6. hadden gestanst
o.t.t.t.
  1. zal stansen
  2. zult stansen
  3. zal stansen
  4. zullen stansen
  5. zullen stansen
  6. zullen stansen
o.v.t.t.
  1. zou stansen
  2. zou stansen
  3. zou stansen
  4. zouden stansen
  5. zouden stansen
  6. zouden stansen
en verder
  1. ben gestanst
  2. bent gestanst
  3. is gestanst
  4. zijn gestanst
  5. zijn gestanst
  6. zijn gestanst
diversen
  1. stans!
  2. stanst!
  3. gestanst
  4. stansend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor stansen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
punch dreun; duw; duwtje; handtastelijkheden; harde klap; hengst; klap; klappen; lel; mep; muilpeer; opdoffer; opdonder; opdonders; opduvel; oplawaai; opstopper; peut; pons; por; ram; slag; stoot; stootje; uithaal; vuistslag; vuistslagen; zet
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
die-cut doorponsen; ponsen; stansen
punch doorponsen; ponsen; stansen een opdonder verkopen; hengsten; rammen; stompen