Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. kist:
  2. kisten:
  3. Wiktionary:
  4. Gebruikers suggesties voor kist:
    • casket


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor kist (Nederlands) in het Engels

kist:

kist

  1. kist

kist [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de kist (krat)
    the crate; the case
    • crate [the ~] zelfstandig naamwoord
    • case [the ~] zelfstandig naamwoord
    the box
    – a (usually rectangular) container; may have a lid 1
    • box [the ~] zelfstandig naamwoord
      • he rummaged through a box of spare parts1

Vertaal Matrix voor kist:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
box kist; krat beeldbuis; blik; blikje; box; buis; bus; doos; kabinetje; kast; kastje; kistje; kratje; opbergblik; opbergdoos; opbergruimte; trommel
case kist; krat aangelegenheid; aanvraag; affaire; behuizing; casus; contract; doos; etui; foedraal; geding; geval; issue; kistje; koker; kokervormig doosje; kratje; kwestie; la; lade; naamval; pennendoosje; pennenkoker; probleem; procedure; proces; proefpersoon; punt; rechtsgeding; rechtszaak; schuifla; schuiflade; taak; vraagstuk; zaak
chest borst; borstkas; ribbenkast; thorax; tors
crate kist; krat kistje; kratje
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
box boksen; omkaderen
crate emballeren; inpakken; inwikkelen; verpakken
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
chest kist

Verwante woorden van "kist":

  • kistten

Verwante definities voor "kist":

  1. rechthoekige houten doos2
    • we hebben een kist perziken gekocht2

Wiktionary: kist

kist
noun
  1. box for the dead
  2. strong box
  3. box containing a number of identical items of manufacture

Cross Translation:
FromToVia
kist box; container; bucket; can; case; crate; pot; chest; pail; tin; urn; tub; vat baquet — Petit cuvier de bois qui a les bords assez bas.
kist box; chest; case caisse — Contenant parallélépipédique
kist coffin; casket; bier cercueil — Caisse destinée à un défunt
kist trunk; chest; coffer; box coffremeuble en forme de caisse, en bois ou en métal, propre à enfermer diverses choses.

kisten:

kisten werkwoord (kist, kistte, kistten, gekist)

  1. kisten

Conjugations for kisten:

o.t.t.
  1. kist
  2. kist
  3. kist
  4. kisten
  5. kisten
  6. kisten
o.v.t.
  1. kistte
  2. kistte
  3. kistte
  4. kistten
  5. kistten
  6. kistten
v.t.t.
  1. heb gekist
  2. hebt gekist
  3. heeft gekist
  4. hebben gekist
  5. hebben gekist
  6. hebben gekist
v.v.t.
  1. had gekist
  2. had gekist
  3. had gekist
  4. hadden gekist
  5. hadden gekist
  6. hadden gekist
o.t.t.t.
  1. zal kisten
  2. zult kisten
  3. zal kisten
  4. zullen kisten
  5. zullen kisten
  6. zullen kisten
o.v.t.t.
  1. zou kisten
  2. zou kisten
  3. zou kisten
  4. zouden kisten
  5. zouden kisten
  6. zouden kisten
en verder
  1. is gekist
diversen
  1. kist!
  2. kist!
  3. gekist
  4. kistend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor kisten:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lay in the casket kisten
lay in the coffin kisten